BWBR0023825
Geldig vanaf 2008-05-09
Artikel 7
Wet op de parlementaire enquête 2008
1. De commissie kan, zonder toestemming van de rechthebbende, met de door haar aangewezen personen elke plaats in Nederland, daaronder begrepen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, betreden.
2. In afwijking van het eerste lid is voor het betreden van woningen toestemming van de bewoner of een machtiging vereist. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Algemene wet op het binnentreden</a>is de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag bevoegd tot het verlenen van de machtiging. De artikelen 25, eerste lid, tweede volzin, tot en met 27zijn van toepassing op de verlening van de machtiging.
3. De commissie geeft, voor zover dit niet in strijd is met het belang van de parlementaire enquête, schriftelijk kennis aan de rechthebbende van een plaats van een voornemen een plaats te betreden. Indien sprake is van verhuur, dan wordt de kennisgeving gegeven aan de huurder.
4. De leden van de commissie en de door haar aangewezen personen dragen bij het betreden van de plaats een legitimatiebewijs bij zich, dat is uitgegeven door de voorzitter van de Kamer. Zij tonen het legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
5. De commissie maakt een schriftelijk verslag op van het betreden van een plaats.
6. Voor de toepassing van dit artikel is de <a href="/wet/BWBR0006763" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet op het binnentreden</a>tevens van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. In afwijking van het eerste lid is voor het betreden van woningen toestemming van de bewoner of een machtiging vereist. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Algemene wet op het binnentreden</a>is de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag bevoegd tot het verlenen van de machtiging. De artikelen 25, eerste lid, tweede volzin, tot en met 27zijn van toepassing op de verlening van de machtiging.
3. De commissie geeft, voor zover dit niet in strijd is met het belang van de parlementaire enquête, schriftelijk kennis aan de rechthebbende van een plaats van een voornemen een plaats te betreden. Indien sprake is van verhuur, dan wordt de kennisgeving gegeven aan de huurder.
4. De leden van de commissie en de door haar aangewezen personen dragen bij het betreden van de plaats een legitimatiebewijs bij zich, dat is uitgegeven door de voorzitter van de Kamer. Zij tonen het legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
5. De commissie maakt een schriftelijk verslag op van het betreden van een plaats.
6. Voor de toepassing van dit artikel is de <a href="/wet/BWBR0006763" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet op het binnentreden</a>tevens van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.