BWBR0023470
Geldig vanaf 03-02-2008
Artikel 5
Besluit ontheffingen Verordening varkensleveringen (PVV) 2007
1. De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het gestelde in artikel 9 van de verordening verlenen aan een ondernemer die de exploitatie van zijn varkenshouderijbedrijf met A-, B- of D-status wil beëindigen en zeugen wil afvoeren naar andere varkenshouderijbedrijven.
2. Aan de in het vorige lid bedoelde ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. De zeugen worden ingeval van afvoer van een varkenshouderijbedrijf met A-status afgevoerd naar ten hoogste twee A-bedrijven, B-bedrijven of D-bedrijven tezamen, dan wel ingeval van een varkenshouderijbedrijf met B-status naar ten hoogste twee B-bedrijven of D-bedrijven tezamen, dan wel ingeval van een varkenshouderijbedrijf met D-status naar ten hoogste twee D-bedrijven;
b. De afvoer vindt plaats gedurende een periode van maximaal 10 weken in maximaal drie leveringen;
c. Zes weken voorafgaand aan het afvoeren zijn geen varkens op het varkenshouderijbedrijf aangevoerd;
d. Uiterlijk twee weken vóór de datum waarop de varkens worden afgevoerd zijn bij een door een dierenarts uitgevoerd serologisch onderzoek op ten minste twaalf op het varkenshouderijbedrijf aanwezige zeugen geen antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky aangetroffen;
e. Na aflevering van de laatste zeugen, stuurt de ondernemer het productschap een afschrift van de brief aan de Dienst Regelingen waarin hij aangeeft te zijn gestopt met het houden van varkens;
f. Voor het bedrijf wat de zeugen ontvangt geldt dat gedurende de periode dat de zeugen van het stoppende bedrijf worden aangevoerd, geen varkens van andere bedrijven aangevoerd mogen worden.
2. Aan de in het vorige lid bedoelde ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. De zeugen worden ingeval van afvoer van een varkenshouderijbedrijf met A-status afgevoerd naar ten hoogste twee A-bedrijven, B-bedrijven of D-bedrijven tezamen, dan wel ingeval van een varkenshouderijbedrijf met B-status naar ten hoogste twee B-bedrijven of D-bedrijven tezamen, dan wel ingeval van een varkenshouderijbedrijf met D-status naar ten hoogste twee D-bedrijven;
b. De afvoer vindt plaats gedurende een periode van maximaal 10 weken in maximaal drie leveringen;
c. Zes weken voorafgaand aan het afvoeren zijn geen varkens op het varkenshouderijbedrijf aangevoerd;
d. Uiterlijk twee weken vóór de datum waarop de varkens worden afgevoerd zijn bij een door een dierenarts uitgevoerd serologisch onderzoek op ten minste twaalf op het varkenshouderijbedrijf aanwezige zeugen geen antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky aangetroffen;
e. Na aflevering van de laatste zeugen, stuurt de ondernemer het productschap een afschrift van de brief aan de Dienst Regelingen waarin hij aangeeft te zijn gestopt met het houden van varkens;
f. Voor het bedrijf wat de zeugen ontvangt geldt dat gedurende de periode dat de zeugen van het stoppende bedrijf worden aangevoerd, geen varkens van andere bedrijven aangevoerd mogen worden.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023470
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl