1. De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het gestelde in
artikel 9 van de verordening verlenen aan een ondernemer met een varkenshouderijbedrijf met een A- of B-status, die zijn bedrijf wil uitbreiden, indien:
a. de uitbreiding minimaal 100 zeugen betreft, dan wel 20% van het aantal aanwezige zeugen, indien na de uitbreiding meer dan 500 zeugen aanwezig zijn;
b. de uitbreiding van het bedrijf is aangetoond door een afschrift van een bouwvergunning of milieuvergunning;
c. de ontheffingsaanvraag vergezeld is gegaan van een schriftelijke verklaring van de vaste leverancier dat hij gedurende de ontheffingsperiode varkens blijft leveren en van een schriftelijke verklaring van de tijdelijke leverancier dat hij gedurende de ontheffingsperiode eveneens varkens levert.
2. Aan de in het vorige lid bedoelde ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. De eerste levering moet plaatsvinden binnen zes maanden na dagtekening van de ontheffingsbrief;
b. Tussen de leveringen zit telkens een periode van ten minste zes weken;
c. De ontheffing is geldig tot negen maanden nadat de eerste extra levering heeft plaatsgevonden;
d. De zeugen worden aangevoerd van één extra A-, C-, E- of buitenlands bedrijf;
e. Dezelfde ontheffing mag binnen twee jaar niet weer aangevraagd worden.