1. In strafzaken waarin voor het in werking treden van
artikel II, onderdelen O tot en met R,
artikel III,
artikel IV en
artikel VI van de Wet OM-afdoening voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld overeenkomstig de
artikelen 74 en
74c van het Wetboek van Strafrecht, de
artikelen 36 en
37 van de Wet op de economische delicten,
artikel 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel
artikel 85 van de Waterschapswet, blijven de artikelen die door de artikelen II tot en met IV van deze regeling gewijzigd worden of vervallen, van toepassing zoals zij luidden voor het in werking treden van die artikelen van deze regeling.
2. In strafzaken waarin voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld overeenkomstig
artikel 59 van het Wetboek van Militair Strafrecht, blijven de artikelen die door de artikelen II tot en met IV van deze regeling gewijzigd worden of vervallen van toepassing zoals zij luidden voor het in werking treden van die artikelen van deze regeling.