In strafzaken waarin voor het in werking treden van artikel II, onderdelen O tot en met R, artikel III, artikel IVen artikel VIvan deze wet voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld overeenkomstig de
artikelen 74en
74c van het Wetboek van Strafrecht, de
artikelen 36en
37 van de Wet op de economische delicten,
artikel 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingendan wel
artikel 85 van de Waterschapswet, blijven de artikelen die door deze wet gewijzigd worden of vervallen van toepassing zoals zij luidden voor het in werking treden van het desbetreffende onderdeel van deze wet.