BWBR0002063
Geldig vanaf 2015-12-09
Artikel 36
Wet op de economische delicten
1. Bij toepassing van <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/257a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering</a>kan tevens de aanwijzing worden gegeven dat wordt verricht hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietgedaan hetgeen wederrechtelijk is verricht en dat prestaties tot het goedmaken van een en ander worden verricht, alles op kosten van de verdachte, voor zover niet anders wordt bepaald.
2. Indien de verdachte een rechtspersoon is, behoeft deze, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/257c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>, slechts onder bijstand van een raadsman te worden gehoord als de strafbeschikking betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel bevat welke afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 10 000.
2. Indien de verdachte een rechtspersoon is, behoeft deze, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/257c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>, slechts onder bijstand van een raadsman te worden gehoord als de strafbeschikking betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel bevat welke afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 10 000.