BWBR0023160
Geldig vanaf 2007-12-29
Artikel 3
Besluit vaststelling eenmalige uitkering 2007/2008 en wijziging enige besluiten (arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie alsmede invoering flexibel personeelssysteem voor de krijgsmacht)
1. De gewezen militair, alsmede de gewezen ambtenaar die was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn, die op 31 december 2005 aanspraak had op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairenen voor zijn ziektekosten was verzekerd bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht, heeft voor zolang hij aanspraak heeft op de uitkering krachtens de Uitkeringswet gewezen militairenvanaf 2008 aanspraak op een jaarlijkse nominale bruto uitkering ter grootte van € 300.
2. De gewezen militair die op 31 december 2005 aanspraak had op een wachtgelduitkering in afwachting van aanspraak op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairenen voor zijn ziektekosten was verzekerd bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht heeft voor zolang hij aanspraak heeft op een wachtgelduitkering in afwachting van aanspraak op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairenvanaf 2006 aanspraak op een jaarlijkse nominale bruto uitkering ter grootte van € 300.
3. De gewezen militair bedoeld in het tweede lid heeft aanspraak op de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse nominale uitkering gedurende de periode dat hij aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen. De gewezen militair heeft in enig jaar hetzij aanspraak op de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse nominale uitkering hetzij op de in het tweede lid bedoelde jaarlijkse nominale uitkering.
4. De militair die op 31 december 2005 één of meer gezinsleden had als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c en e, van de Regeling ziektekostenverzekering militairen zoals die regeling luidde op 31 december 2005, welke gezinsleden op die datum voor ziektekosten waren verzekerd bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht, heeft per desbetreffend gezinslid aanspraak op een jaarlijkse nominale bruto uitkering ter grootte van € 300. De aanspraak op deze uitkering vervalt op het moment dat het gezinslid niet meer voldoet aan de op 31 december 2005 geldende voorwaarden voor het voor ziektekosten verzekerd zijn bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht. De aanspraak op de uitkering wordt per gezinslid vastgesteld aan de hand van de situatie per 1 januari van enig jaar.
5. De in dit artikel bedoelde uitkeringen hebben geen algemeen karakter en maken geen deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairendan wel de Kaderwet militaire pensioenen.
6. De in dit artikel genoemde uitkeringen worden uitbetaald in de maand december van enig jaar.
2. De gewezen militair die op 31 december 2005 aanspraak had op een wachtgelduitkering in afwachting van aanspraak op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairenen voor zijn ziektekosten was verzekerd bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht heeft voor zolang hij aanspraak heeft op een wachtgelduitkering in afwachting van aanspraak op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairenvanaf 2006 aanspraak op een jaarlijkse nominale bruto uitkering ter grootte van € 300.
3. De gewezen militair bedoeld in het tweede lid heeft aanspraak op de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse nominale uitkering gedurende de periode dat hij aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen. De gewezen militair heeft in enig jaar hetzij aanspraak op de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse nominale uitkering hetzij op de in het tweede lid bedoelde jaarlijkse nominale uitkering.
4. De militair die op 31 december 2005 één of meer gezinsleden had als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c en e, van de Regeling ziektekostenverzekering militairen zoals die regeling luidde op 31 december 2005, welke gezinsleden op die datum voor ziektekosten waren verzekerd bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht, heeft per desbetreffend gezinslid aanspraak op een jaarlijkse nominale bruto uitkering ter grootte van € 300. De aanspraak op deze uitkering vervalt op het moment dat het gezinslid niet meer voldoet aan de op 31 december 2005 geldende voorwaarden voor het voor ziektekosten verzekerd zijn bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht. De aanspraak op de uitkering wordt per gezinslid vastgesteld aan de hand van de situatie per 1 januari van enig jaar.
5. De in dit artikel bedoelde uitkeringen hebben geen algemeen karakter en maken geen deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairendan wel de Kaderwet militaire pensioenen.
6. De in dit artikel genoemde uitkeringen worden uitbetaald in de maand december van enig jaar.