BWBR0022973
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 9
Instellingsbesluit Raad van Advies NVI
1. De Raad stelt met betrekking tot het in artikel 3, eerste lidbepaalde, een advies op over de gehele beleidsvorming, uitvoering en kwaliteitsborging van de productie-, ontwikkelings- en onderzoekstaken van het NVI. Meer in het bijzonder geeft de Raad hierbij advies over de door het NVI uitgevoerde risicoanalyse en de maatregelen die hierbij zijn voorgesteld.
2. De Raad doet verslag van zijn werkzaamheden en bevindingen die voortvloeien uit zijn adviestaak zoals hiervoor in artikel 9, eerste lid omschreven, in een afzonderlijk hoofdstuk van het jaarverslag van het NVI. De Raad kan tussentijds advies uitbrengen als hij dit nodig acht.
3. De Raad stelt een advies op naar aanleiding van het door de Directie opgesteld conceptprogramma SVOP, zoals vermeld in artikel 3, eerste lid, voor het komende kalenderjaar.
4. Uiterlijk 30 november van elke jaar stelt de Directie het definitieve programma voor het volgende kalenderjaar vast en stuurt het SVOP als onderdeel van de begroting NVI, samen met het advies van de Raad, ter kennisname aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
5. Jaarlijks wordt uiterlijk per 1 april door de Directie schriftelijk verantwoording afgelegd aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2. De Raad doet verslag van zijn werkzaamheden en bevindingen die voortvloeien uit zijn adviestaak zoals hiervoor in artikel 9, eerste lid omschreven, in een afzonderlijk hoofdstuk van het jaarverslag van het NVI. De Raad kan tussentijds advies uitbrengen als hij dit nodig acht.
3. De Raad stelt een advies op naar aanleiding van het door de Directie opgesteld conceptprogramma SVOP, zoals vermeld in artikel 3, eerste lid, voor het komende kalenderjaar.
4. Uiterlijk 30 november van elke jaar stelt de Directie het definitieve programma voor het volgende kalenderjaar vast en stuurt het SVOP als onderdeel van de begroting NVI, samen met het advies van de Raad, ter kennisname aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
5. Jaarlijks wordt uiterlijk per 1 april door de Directie schriftelijk verantwoording afgelegd aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.