BWBR0022973
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 5
Instellingsbesluit Raad van Advies NVI
1. De voorzitter wordt benoemd voor ten hoogste vier jaar en kan zich door middel van een sollicitatie aan de Minister kandidaat stellen voor een tweede termijn van ten hoogste vier jaar.
2. Indien de voorzitter tussentijds ontslag wenst te nemen doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan de Minister.
3. De Minister kan de voorzitter op voorstel van de Directie tussentijds ontslag verlenen. Een daartoe strekkend voorstel van de Directie is met redenen omkleed en dient de steun te genieten van tenminste de helft van het totaal aantal zittende leden van de Raad.
4. Degene die ter vervulling van een tussentijdse ontstane vacature tot voorzitter van de Raad is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij of zij is benoemd zou hebben moeten aftreden.
5. De Raad kiest uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter en doet hiervan mededeling aan de Minister.
2. Indien de voorzitter tussentijds ontslag wenst te nemen doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan de Minister.
3. De Minister kan de voorzitter op voorstel van de Directie tussentijds ontslag verlenen. Een daartoe strekkend voorstel van de Directie is met redenen omkleed en dient de steun te genieten van tenminste de helft van het totaal aantal zittende leden van de Raad.
4. Degene die ter vervulling van een tussentijdse ontstane vacature tot voorzitter van de Raad is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij of zij is benoemd zou hebben moeten aftreden.
5. De Raad kiest uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter en doet hiervan mededeling aan de Minister.