BWBR0022969
Geldig vanaf 08-12-2007
Artikel 15:2
Besluit bestuursreglement regeling toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden Ctgb 2007
1. De toelatinghouder van een toegelaten biocide waarvan de werkzame stof is opgenomen in bijlage I, IA of IB van de biociderichtlijn, dient binnen 24 maanden voor de datum dat de communautaire maatregel tot opneming van de werkzame stof in werking treedt, bij het Ctgb een aanvraag als bedoeld in artikel 44 van de wet in of dient bij het Ctgb in een mededeling van het voornemen om een aanvraag als bedoeld in artikel 56 van de wet in te dienen twee maanden nadat de eerste toelating als bedoeld in artikel 8 van de biociderichtlijn voor het biocide in een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap is verkregen.
2. Het Ctgb tekent de datum van ontvangst aan van de aanvraag dan wel mededeling als bedoeld in lid 1 en bevestigt schriftelijk, binnen 3 weken de ontvangst van de aanvraag of mededeling.
3. De mededeling als bedoeld in lid 1 bevat de volgende informatie:
a. naam en adres van degene die de mededeling doet;
b. handelsnaam van het biocide;
c. toelatingsnummer;
d. volledige samenstelling van het biocide;
e. de verklaring dat de intentie bestaat om een aanvraag voor wederzijdse erkenning in te dienen;
f. lidstaat waar de eerste toelating na opname van de werkzame stof wordt aangevraagd
g. de lidstaten waar een wederzijdse erkenning wordt gevraagd;
h. de lidstaten waar het biocide is toegelaten (inclusief handels naam van het biocide);
i. als het dossier dat is ingediend voor de aanvraag een letter of access bevat moet worden verklaard dat deze verklaring ook geldt voor het land waar de mededeling is gedaan;
j. de verklaring van de toelatinghouder dat hij begrijpt dat als niet aan de voorwaarden wordt voldaan de toelating van het betrokken biocide komt te vervallen.
4. Binnen 6 maanden na het ongebruikt laten van de in lid 1 genoemde periode om een aanvraag of mededeling in te dienen trekt het Ctgb de toelating van het betreffende biocide in.
2. Het Ctgb tekent de datum van ontvangst aan van de aanvraag dan wel mededeling als bedoeld in lid 1 en bevestigt schriftelijk, binnen 3 weken de ontvangst van de aanvraag of mededeling.
3. De mededeling als bedoeld in lid 1 bevat de volgende informatie:
a. naam en adres van degene die de mededeling doet;
b. handelsnaam van het biocide;
c. toelatingsnummer;
d. volledige samenstelling van het biocide;
e. de verklaring dat de intentie bestaat om een aanvraag voor wederzijdse erkenning in te dienen;
f. lidstaat waar de eerste toelating na opname van de werkzame stof wordt aangevraagd
g. de lidstaten waar een wederzijdse erkenning wordt gevraagd;
h. de lidstaten waar het biocide is toegelaten (inclusief handels naam van het biocide);
i. als het dossier dat is ingediend voor de aanvraag een letter of access bevat moet worden verklaard dat deze verklaring ook geldt voor het land waar de mededeling is gedaan;
j. de verklaring van de toelatinghouder dat hij begrijpt dat als niet aan de voorwaarden wordt voldaan de toelating van het betrokken biocide komt te vervallen.
4. Binnen 6 maanden na het ongebruikt laten van de in lid 1 genoemde periode om een aanvraag of mededeling in te dienen trekt het Ctgb de toelating van het betreffende biocide in.
- Citeren als
- Art. 15:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022969
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl