BWBR0022921
Geldig vanaf 01-12-2007
Artikel 16
Besluit tijdelijk financieel toezicht BES
1. Voor de beoordeling van de ontwerpbegroting en van de vastgestelde begroting van een eilandgebied hanteert het College financieel toezicht de volgende criteria:
a. de gewone dienst en de kapitaaldienst vertonen geen tekort;
b. in de begroting zijn alle voorgenomen uitgaven en verwachte ontvangsten opgenomen;
c. in de begroting zijn de meerjarige uitgaven als gevolg van de voorgenomen verplichtingen opgenomen;
d. in de begroting is het verband met de begroting van het voorafgaande jaar aangegeven;
e. de rentelastnorm wordt niet overschreden;
f. de begroting is toelaatbaar uit een oogpunt van een rechtmatig, doelmatig, ordelijk en controleerbaar financieel beheer;
g. de in de begroting opgenomen uitgaven en ontvangsten zijn in overeenstemming met de best mogelijke inschatting van reeds aangegane financiële verplichtingen en van te verwachten externe ontwikkelingen;
h. de in de begroting opgenomen financiële verplichtingen en uitgaven brengen geen onaanvaardbare risico’s met zich mee voor toekomstige begrotingsjaren;
i. de begroting voldoet overigens aan de geldende regelgeving.
2. Het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt niet gedurende de drie eerstvolgende begrotingsjaren na inwerkingtreding van dit besluit, indien Onze Minister en Onze Minister van Financiën enerzijds en een bestuurscollege anderzijds overeenstemming hebben over het tijdpad en de tekortreeks om te komen tot een sluitende gewone dienst. Gedurende deze periode kan het bestuurscollege de financiering van de tekorten op de gewone dienst alleen aantrekken bij het College financieel toezicht.
a. de gewone dienst en de kapitaaldienst vertonen geen tekort;
b. in de begroting zijn alle voorgenomen uitgaven en verwachte ontvangsten opgenomen;
c. in de begroting zijn de meerjarige uitgaven als gevolg van de voorgenomen verplichtingen opgenomen;
d. in de begroting is het verband met de begroting van het voorafgaande jaar aangegeven;
e. de rentelastnorm wordt niet overschreden;
f. de begroting is toelaatbaar uit een oogpunt van een rechtmatig, doelmatig, ordelijk en controleerbaar financieel beheer;
g. de in de begroting opgenomen uitgaven en ontvangsten zijn in overeenstemming met de best mogelijke inschatting van reeds aangegane financiële verplichtingen en van te verwachten externe ontwikkelingen;
h. de in de begroting opgenomen financiële verplichtingen en uitgaven brengen geen onaanvaardbare risico’s met zich mee voor toekomstige begrotingsjaren;
i. de begroting voldoet overigens aan de geldende regelgeving.
2. Het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt niet gedurende de drie eerstvolgende begrotingsjaren na inwerkingtreding van dit besluit, indien Onze Minister en Onze Minister van Financiën enerzijds en een bestuurscollege anderzijds overeenstemming hebben over het tijdpad en de tekortreeks om te komen tot een sluitende gewone dienst. Gedurende deze periode kan het bestuurscollege de financiering van de tekorten op de gewone dienst alleen aantrekken bij het College financieel toezicht.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022921
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl