BWBR0022914
Geldig vanaf 2007-12-02
Artikel 2
Regeling verlening voorschotten 2007
1. De Minister kan privaatrechtelijke voorschotten verlenen. Alvorens een privaatrechtelijk voorschot wordt verleend, beoordeelt de Minister het risico dat de derde partij zijn verplichtingen uit de overeenkomst tot levering van het product, tot verlening van de dienst of tot verrichting van het werk niet of niet geheel zal nakomen.
2. Indien de Minister het risico laag inschat, kan hij een privaatrechtelijk voorschot tot maximaal 100% van de aangegane financiële verplichting verlenen.
3. Indien naar het oordeel van de Minister de kans dat het risico zich voordoet substantieel is, dan wel de gevolgen van het risico substantieel zijn, eist hij van de derde partij dat deze voldoende zekerheid stelt.
4. Indien het oordeel, bedoeld in het derde lid, leidt tot de eis tot zekerheidstelling, wordt vanaf een door de Minister van Financiën vast te stellen grensbedrag zekerheidstelling geëist in de vorm van een garantie, afgegeven door een in het maatschappelijk verkeer betrouwbaar geachte instelling.
5. De Minister van Financiën vermeldt in de bijlagebij deze regeling de instellingen of de categorieën van instellingen die naar zijn oordeel voldoen aan het in het vierde lid vermelde criterium van maatschappelijke betrouwbaarheid.
6. Het verlenen van voorschotten geschiedt op een wijze als bedoeld in artikel 35 van de Comptabiliteitswet 2001.
7. Over privaatrechtelijke voorschotten wordt rente in rekening gebracht, indien dit in verband met de motieven die tot de voorschotverlening hebben geleid, redelijk is te achten.
2. Indien de Minister het risico laag inschat, kan hij een privaatrechtelijk voorschot tot maximaal 100% van de aangegane financiële verplichting verlenen.
3. Indien naar het oordeel van de Minister de kans dat het risico zich voordoet substantieel is, dan wel de gevolgen van het risico substantieel zijn, eist hij van de derde partij dat deze voldoende zekerheid stelt.
4. Indien het oordeel, bedoeld in het derde lid, leidt tot de eis tot zekerheidstelling, wordt vanaf een door de Minister van Financiën vast te stellen grensbedrag zekerheidstelling geëist in de vorm van een garantie, afgegeven door een in het maatschappelijk verkeer betrouwbaar geachte instelling.
5. De Minister van Financiën vermeldt in de bijlagebij deze regeling de instellingen of de categorieën van instellingen die naar zijn oordeel voldoen aan het in het vierde lid vermelde criterium van maatschappelijke betrouwbaarheid.
6. Het verlenen van voorschotten geschiedt op een wijze als bedoeld in artikel 35 van de Comptabiliteitswet 2001.
7. Over privaatrechtelijke voorschotten wordt rente in rekening gebracht, indien dit in verband met de motieven die tot de voorschotverlening hebben geleid, redelijk is te achten.