BWBR0022891
Geldig vanaf 2007-11-28
Artikel 2
Besluit ministeriële goedkeuring van besluiten van bedrijfslichamen
1. Indien Onze Minister wie het aangaat van oordeel is dat een goed te keuren verordening of besluit mede, maar niet in hoofdzaak, onderwerpen of economische sectoren betreft die tot de primaire beleidsverantwoordelijkheid van een of meer andere ministers behoren, legt hij de verordening of het besluit aan die ministers voor met de vraag of deze medebetrokken wensen te zijn bij de goedkeuring.
2. Als medebetrokken ministers worden voor de toepassing van de artikelen 100, derde lid, 104, tweede en derde lid, en 126, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatiein elk geval aangemerkt de in artikel 1, tweede tot en met vierde lid, genoemde ministers, ieder voorzover een goed te keuren verordening of besluit mede maar niet in hoofdzaak onderwerpen of economische sectoren betreft die in die leden te zijnen aanzien zijn genoemd.
3. Als medebetrokken minister voor de goedkeuring van besluiten als bedoeld in artikel 104, derde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatiewordt in elk geval aangemerkt Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
2. Als medebetrokken ministers worden voor de toepassing van de artikelen 100, derde lid, 104, tweede en derde lid, en 126, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatiein elk geval aangemerkt de in artikel 1, tweede tot en met vierde lid, genoemde ministers, ieder voorzover een goed te keuren verordening of besluit mede maar niet in hoofdzaak onderwerpen of economische sectoren betreft die in die leden te zijnen aanzien zijn genoemd.
3. Als medebetrokken minister voor de goedkeuring van besluiten als bedoeld in artikel 104, derde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatiewordt in elk geval aangemerkt Onze Minister van Veiligheid en Justitie.