Artikel 1
1. Als Minister wie het aangaat wordt voor de toepassing van de artikelen 100, derde lid, 104, tweede en derde lid, en 126, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatiede minister aangemerkt die de primaire beleidsverantwoordelijkheid draagt voor het onderwerp dan wel voor de economische sector waarop een verordening of besluit uitsluitend of in hoofdzaak betrekking heeft.
2. Als Minister wie het aangaat wordt aangemerkt Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid indien een verordening of besluit uitsluitend of in hoofdzaak betrekking heeft op:
a. arbeidstijden;
b. arbeidsomstandigheden;
c. medezeggenschapsregelingen;
d. arbeidsmarktvoorzieningen;
e. scholing;
f. lonen en andere arbeidsvoorwaarden.
3. Als Minister wie het aangaat wordt aangemerkt Onze Minister van Economische Zaken, indien een verordening of besluit uitsluitend of in hoofdzaak betrekking heeft op:
a. marktordeningsvraagstukken;
b. onderzoek en ontwikkeling;
c. exportbevordering;
d. agrarische sectoren dan wel afkomstig is van een bedrijfslichaam dat in hoofdzaak in de agrarische sector werkzaam is.
2. Als Minister wie het aangaat wordt aangemerkt Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid indien een verordening of besluit uitsluitend of in hoofdzaak betrekking heeft op:
a. arbeidstijden;
b. arbeidsomstandigheden;
c. medezeggenschapsregelingen;
d. arbeidsmarktvoorzieningen;
e. scholing;
f. lonen en andere arbeidsvoorwaarden.
3. Als Minister wie het aangaat wordt aangemerkt Onze Minister van Economische Zaken, indien een verordening of besluit uitsluitend of in hoofdzaak betrekking heeft op:
a. marktordeningsvraagstukken;
b. onderzoek en ontwikkeling;
c. exportbevordering;
d. agrarische sectoren dan wel afkomstig is van een bedrijfslichaam dat in hoofdzaak in de agrarische sector werkzaam is.