BWBR0022745
Geldig vanaf 2007-11-02
Artikel 5
Regeling smartengeld dienstongevallen politie
1. Indien op grond van artikel 3of artikel 4een uitkeringspercentage is vastgesteld en het dienstongeval tevens heeft geleid tot arbeidsongeschiktheid, wordt een tweede uitkeringspercentage vastgesteld, tenzij de ambtenaar het bevoegd gezag schriftelijk verzoekt niet tot vaststelling daarvan over te gaan..
2. Het bevoegd gezag wijst een deskundige aan die het tweede uitkeringspercentage vaststelt aan de hand van de in het derde lid opgenomen tabel. Daarbij wordt uitgegaan van de mate van arbeidsongeschiktheid zoals bepaald door het ter zake van de uitvoering van de arbeidsongeschiktheidsregelingen bevoegde orgaan. De vaststelling vindt plaats zodra voorzienbaar is dat de mate van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van het dienstongeval niet meer zal toenemen of afnemen, doch uiterlijk drie jaar na het dienstongeval.
3. Het onderstaande uitkeringspercentage van het bedrag, genoemd in artikel 54a, eerste lid, van het besluitwordt vastgesteld bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van:
[tabel]
4. Het bevoegd gezag draagt de kosten van de vaststelling, bedoeld in het tweede lid.
2. Het bevoegd gezag wijst een deskundige aan die het tweede uitkeringspercentage vaststelt aan de hand van de in het derde lid opgenomen tabel. Daarbij wordt uitgegaan van de mate van arbeidsongeschiktheid zoals bepaald door het ter zake van de uitvoering van de arbeidsongeschiktheidsregelingen bevoegde orgaan. De vaststelling vindt plaats zodra voorzienbaar is dat de mate van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van het dienstongeval niet meer zal toenemen of afnemen, doch uiterlijk drie jaar na het dienstongeval.
3. Het onderstaande uitkeringspercentage van het bedrag, genoemd in artikel 54a, eerste lid, van het besluitwordt vastgesteld bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van:
[tabel]
4. Het bevoegd gezag draagt de kosten van de vaststelling, bedoeld in het tweede lid.