BWBR0022745
Geldig vanaf 2007-11-02
Artikel 4
Regeling smartengeld dienstongevallen politie
1. Het smartengeld wordt met inachtneming van onderstaande uitkeringspercentages vastgesteld bij algehele amputatie of volledig verlies van het gebruiksvermogen van:
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]
2. Bij gedeeltelijke amputatie of gedeeltelijk verlies van het gebruiksvermogen wordt een evenredig deel van het genoemde uitkeringspercentage vastgesteld. Bij amputatie of volledig verlies van het gebruiksvermogen van één of meer vingers van een hand bedraagt het uitkeringspercentage nooit meer dan bij verlies van de arm tussen pols en ellebooggewricht.
3. Het bevoegd gezag wijst een deskundige voor de vaststelling van het uitkeringspercentage op grond van dit artikel.
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]
2. Bij gedeeltelijke amputatie of gedeeltelijk verlies van het gebruiksvermogen wordt een evenredig deel van het genoemde uitkeringspercentage vastgesteld. Bij amputatie of volledig verlies van het gebruiksvermogen van één of meer vingers van een hand bedraagt het uitkeringspercentage nooit meer dan bij verlies van de arm tussen pols en ellebooggewricht.
3. Het bevoegd gezag wijst een deskundige voor de vaststelling van het uitkeringspercentage op grond van dit artikel.