BWBR0022717
Geldig vanaf 2007-10-31
Artikel 50
Uitvoeringsbesluit pacht
1. De deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en hun plaatsvervangers en de deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en hun plaatsvervangers leggen de eed of belofte af ten overstaan van een enkelvoudige of meervoudige kamer van het gerecht waarbij zij zijn benoemd.
2. De eed of belofte wordt afgenomen op requisitoir van het openbaar ministerie.
3. Het formulier, bedoeld in artikel 48a, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, wordt ondertekend door degene die de eed of belofte aflegt en door de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die zitting heeft in de in het eerste lid bedoelde enkelvoudige kamer dan wel voorzitter is van de in het eerste lid bedoelde meervoudige kamer.
2. De eed of belofte wordt afgenomen op requisitoir van het openbaar ministerie.
3. Het formulier, bedoeld in artikel 48a, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, wordt ondertekend door degene die de eed of belofte aflegt en door de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die zitting heeft in de in het eerste lid bedoelde enkelvoudige kamer dan wel voorzitter is van de in het eerste lid bedoelde meervoudige kamer.