BWBR0022717
Geldig vanaf 2007-10-31
Artikel 23
Uitvoeringsbesluit pacht
1. De eed of belofte zal worden afgelegd door:
a. 1°. de voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de grondkamers ten overstaan van de president van de rechtbank Overijssel;
2°. de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamers in handen van de voorzitter van de grondkamer in een zitting van de grondkamer;
1°. de voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de grondkamers ten overstaan van de president van de rechtbank Overijssel;
2°. de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamers in handen van de voorzitter van de grondkamer in een zitting van de grondkamer;
b. de griffier en de plaatsvervangende griffiers van de Centrale Grondkamer ten overstaan van de president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
2. Van het afleggen van de eed of belofte in de genoemde colleges wordt een akte opgemaakt.
a. 1°. de voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de grondkamers ten overstaan van de president van de rechtbank Overijssel;
2°. de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamers in handen van de voorzitter van de grondkamer in een zitting van de grondkamer;
1°. de voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de grondkamers ten overstaan van de president van de rechtbank Overijssel;
2°. de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamers in handen van de voorzitter van de grondkamer in een zitting van de grondkamer;
b. de griffier en de plaatsvervangende griffiers van de Centrale Grondkamer ten overstaan van de president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
2. Van het afleggen van de eed of belofte in de genoemde colleges wordt een akte opgemaakt.