BWBR0022607
Geldig vanaf 2007-10-17
Artikel 50
Organisatieregeling Ministerie van Justitie 2007
1. Elk van de in artikel 2genoemde dienstonderdelen ontwerpt en onderhoudt een organisatierapport en een formatierapport en, voorzover van toepassing, een taakbesluit en een baten-lastendienstregeling.
2. Voorzover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, onder a en e, is de secretaris-generaal bevoegd het document namens de minister vast te stellen.
3. Voorzover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, onder b, c en d, is de directeur-generaal onder wie het dienstonderdeel ressorteert, bevoegd het document namens de minister vast te stellen.
4. De secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal kan de in het tweede respectievelijk derde lid bedoelde bevoegdheid mandateren aan een onder hem ressorterende ambtenaar.
5. Alvorens een document als bedoeld in het eerste lid, kan worden vastgesteld, behoeft dit de instemming van de bestuursraad. De directeur Personeel en Organisatie adviseert de bestuursraad alvorens een beslissing omtrent instemming wordt genomen.
6. Het eerste lid is op de in artikel 2, onder b en c, genoemde dienstonderdelen eerst van toepassing met ingang van 1 juli 2007.
2. Voorzover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, onder a en e, is de secretaris-generaal bevoegd het document namens de minister vast te stellen.
3. Voorzover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, onder b, c en d, is de directeur-generaal onder wie het dienstonderdeel ressorteert, bevoegd het document namens de minister vast te stellen.
4. De secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal kan de in het tweede respectievelijk derde lid bedoelde bevoegdheid mandateren aan een onder hem ressorterende ambtenaar.
5. Alvorens een document als bedoeld in het eerste lid, kan worden vastgesteld, behoeft dit de instemming van de bestuursraad. De directeur Personeel en Organisatie adviseert de bestuursraad alvorens een beslissing omtrent instemming wordt genomen.
6. Het eerste lid is op de in artikel 2, onder b en c, genoemde dienstonderdelen eerst van toepassing met ingang van 1 juli 2007.