BWBR0022594
Geldig vanaf 01-01-2009
Artikel 5
Verordening op de praktijkstage
1. De trainee stelt na de datum waarop de praktijkstage is aangevangen een persoonlijk ontwikkelingsplan op. Hij omschrijft daarin op hoofdlijnen op welke wijze hij voornemens is gedurende de praktijkstage de in de nadere regels voorgeschreven competenties te verwerven en sluit daarbij aan bij de door hem opgedane theoretische kennis en werkervaring.
2. Het persoonlijk ontwikkelingsplan bevat de naam en adresgegevens van de praktijkopleider.
3. De trainee zet de praktijkstage pas voort nadat het persoonlijk ontwikkelplan is beoordeeld in de zin van artikel 10, tweede lid en tevens is goedgekeurd.
4. Het bestuur kan nadere regels stellen over de inrichting, het tijdstip van indiening en de goedkeuring van het persoonlijk ontwikkelingsplan en over het actualiseren van gegevens.
2. Het persoonlijk ontwikkelingsplan bevat de naam en adresgegevens van de praktijkopleider.
3. De trainee zet de praktijkstage pas voort nadat het persoonlijk ontwikkelplan is beoordeeld in de zin van artikel 10, tweede lid en tevens is goedgekeurd.
4. Het bestuur kan nadere regels stellen over de inrichting, het tijdstip van indiening en de goedkeuring van het persoonlijk ontwikkelingsplan en over het actualiseren van gegevens.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022594
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl