BWBR0022594
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 20
Verordening op de praktijkstage
1. De NOvAA kan op verzoek van een aanvrager vrijstelling verlenen van onderdelen van het examen. De vrijstellingen betreffen de kritische beroepssituaties.
2. De aanvrager heeft voor iedere kritische beroepssituatie waarvoor hij vrijstelling vraagt relevante werkervaring opgedaan.
3. De aanvrager overlegt bij een verzoek tot vrijstelling:
a. een portfolio waarin informatie is opgenomen waaruit blijkt dat de aanvrager werkervaring heeft opgedaan en welke kritische beroepssituaties aanwezig zijn geweest; en
b. een schriftelijke verklaring van een Accountant-Administratieconsulent met de aantekening bij zijn inschrijving in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36 derde lid van de wet, die minimaal drie jaar als zodanig werkzaam is geweest dat onder zijn verantwoordelijkheid de in het tweede lid bedoelde werkervaring is opgedaan; of
c. een schriftelijke verklaring van een registeraccountant, die minimaal drie jaar als zodanig werkzaam is geweest en voldoet aan door het bestuur in nadere regels gestelde eisen, dat onder zijn verantwoordelijkheid de in het tweede lid bedoelde werkervaring is opgedaan.
4. Wanneer een vrijstelling bedoeld in het eerste lid door de NOvAA wordt verleend, wordt de nominale duur van de praktijkstage van de aanvrager verkort met
a. een half jaar indien ten minste vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van een kritische beroepssituatie niet zijnde de situatie van assuranceopdrachten;
b. een jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van de kritische beroepssituaties niet zijnde de situaties van assuranceopdrachten dan wel ten minste vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van twee kritische beroepssituaties niet zijnde de situaties van assuranceopdrachten;
c. twee jaar indien ten minste vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten;
d. tweeëneenhalf jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten en ten minste één andere kritische beroepssituatie;
e. drie jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten en ten minste twee andere kritische beroepssituaties dan wel twaalf jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van de kritische beroepssituaties.
5. De NOvAA wijst beoordelaars aan om te beoordelen of de informatie, bedoeld in het derde lid voldoet aan de eisen die bij of krachtens deze verordening daaraan zijn gesteld. Bij een positief oordeel van de beoordelaars kan de informatie, bedoeld in het derde lid worden toegevoegd aan het portfolio voor het eindgesprek.
6. De aanvrager legt een eindgesprek af, bedoeld in artikel 15. De artikelen 15 tot en met 19 zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De aanvrager heeft voor iedere kritische beroepssituatie waarvoor hij vrijstelling vraagt relevante werkervaring opgedaan.
3. De aanvrager overlegt bij een verzoek tot vrijstelling:
a. een portfolio waarin informatie is opgenomen waaruit blijkt dat de aanvrager werkervaring heeft opgedaan en welke kritische beroepssituaties aanwezig zijn geweest; en
b. een schriftelijke verklaring van een Accountant-Administratieconsulent met de aantekening bij zijn inschrijving in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36 derde lid van de wet, die minimaal drie jaar als zodanig werkzaam is geweest dat onder zijn verantwoordelijkheid de in het tweede lid bedoelde werkervaring is opgedaan; of
c. een schriftelijke verklaring van een registeraccountant, die minimaal drie jaar als zodanig werkzaam is geweest en voldoet aan door het bestuur in nadere regels gestelde eisen, dat onder zijn verantwoordelijkheid de in het tweede lid bedoelde werkervaring is opgedaan.
4. Wanneer een vrijstelling bedoeld in het eerste lid door de NOvAA wordt verleend, wordt de nominale duur van de praktijkstage van de aanvrager verkort met
a. een half jaar indien ten minste vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van een kritische beroepssituatie niet zijnde de situatie van assuranceopdrachten;
b. een jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van de kritische beroepssituaties niet zijnde de situaties van assuranceopdrachten dan wel ten minste vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van twee kritische beroepssituaties niet zijnde de situaties van assuranceopdrachten;
c. twee jaar indien ten minste vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten;
d. tweeëneenhalf jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten en ten minste één andere kritische beroepssituatie;
e. drie jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten en ten minste twee andere kritische beroepssituaties dan wel twaalf jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van de kritische beroepssituaties.
5. De NOvAA wijst beoordelaars aan om te beoordelen of de informatie, bedoeld in het derde lid voldoet aan de eisen die bij of krachtens deze verordening daaraan zijn gesteld. Bij een positief oordeel van de beoordelaars kan de informatie, bedoeld in het derde lid worden toegevoegd aan het portfolio voor het eindgesprek.
6. De aanvrager legt een eindgesprek af, bedoeld in artikel 15. De artikelen 15 tot en met 19 zijn van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022594
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl