BWBR0022530
Geldig vanaf 2015-02-06
Artikel 19
Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden
1. Onze Minister van Economische Zaken, onderscheidenlijk Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, kan een bewijs van vakbekwaamheid voor gewasbescherming, onderscheidenlijk biociden, verstrekken aan een persoon, die onderdaan is van een betrokken staat als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0023066/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties</a>wanneer op grond van <a href="/wet/BWBR0023066/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties</a>is aangetoond dat deze persoon over gelijkwaardige kwalificaties beschikt als de houder van een bewijs van vakbekwaamheid dat is verkregen op grond van artikel 17, eerste lid, of 17a, eerste lid.
2. Onze Minister van Economische Zaken, onderscheidenlijk Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, kan een bewijs van vakbekwaamheid voor gewasbescherming, onderscheidenlijk biociden, verstrekken aan een persoon die beschikt over een getuigschrift niet ouder dan vijf jaar van een door Onze Minister erkende buitenlandse opleiding buiten een betrokken staat als bedoeld in het eerste lid, wanneer deze persoon door ervaring of opleiding na het verkrijgen van het getuigschrift nog steeds over een gelijkwaardige kwalificatie beschikt als de houder van een bewijs van vakbekwaamheid dat is verkregen op grond van artikel 17, eerste lid, of 17a, eerste lid.
3. De houder van een bewijs van vakbekwaamheid beheerst de Nederlandse taal op een zodanig niveau dat voorschriften op etiketten van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en andere voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden bij of krachtens de wet geldende voorschriften begrepen en uitgevoerd kunnen worden.
2. Onze Minister van Economische Zaken, onderscheidenlijk Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, kan een bewijs van vakbekwaamheid voor gewasbescherming, onderscheidenlijk biociden, verstrekken aan een persoon die beschikt over een getuigschrift niet ouder dan vijf jaar van een door Onze Minister erkende buitenlandse opleiding buiten een betrokken staat als bedoeld in het eerste lid, wanneer deze persoon door ervaring of opleiding na het verkrijgen van het getuigschrift nog steeds over een gelijkwaardige kwalificatie beschikt als de houder van een bewijs van vakbekwaamheid dat is verkregen op grond van artikel 17, eerste lid, of 17a, eerste lid.
3. De houder van een bewijs van vakbekwaamheid beheerst de Nederlandse taal op een zodanig niveau dat voorschriften op etiketten van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en andere voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden bij of krachtens de wet geldende voorschriften begrepen en uitgevoerd kunnen worden.