BWBR0022436
Geldig vanaf 2007-08-30
Artikel 5
Regeling verstrekking gegevens doodsoorzaken CBS
1. Bij de beoordeling of het vragen van uitdrukkelijke toestemming voor het gebruik van gegevens over doodsoorzaken bij leven van de betrokkene in redelijkheid niet mogelijk was of kon worden gevergd, neemt de directeur-generaal de belangen van de bij het onderzoek betrokkene als uitgangspunt.
2. In de gevallen waarin personen geen uitdrukkelijke toestemming voor het gebruik van gegevens over doodsoorzaken hebben gegeven, is de directeur-generaal, onverminderd de voorwaarden van artikel 42a, tweede lid, van de wet, bevoegd de gegevens te verstrekken, indien:
a. het onderzoek waarbij deze personen betrokken waren, was afgesloten voordat deze regeling in werking is getreden;
b. het lopende onderzoek vóór de inwerkingtreding van deze regeling is gestart en er nadien geen nadere contacten zijn voorzien met de personen die bij dat onderzoek waren betrokken, of
c. de gegevensverzameling van het lopende onderzoek binnen één jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is gestart en de procedure van het vragen van toestemming redelijkerwijs niet meer gewijzigd kon worden.
3. De directeur-generaal oordeelt dat een onderzoek overeenkomstig artikel 42a, tweede lid, onderdeel c, van de wethet algemeen belang dient als aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. het onderzoek draagt naar verwachting bij aan nieuwe wetenschappelijke inzichten;
b. er is een redelijke mate van waarschijnlijkheid dat de gezondheid van een groep personen van enige omvang wordt bevorderd of beschermd.
2. In de gevallen waarin personen geen uitdrukkelijke toestemming voor het gebruik van gegevens over doodsoorzaken hebben gegeven, is de directeur-generaal, onverminderd de voorwaarden van artikel 42a, tweede lid, van de wet, bevoegd de gegevens te verstrekken, indien:
a. het onderzoek waarbij deze personen betrokken waren, was afgesloten voordat deze regeling in werking is getreden;
b. het lopende onderzoek vóór de inwerkingtreding van deze regeling is gestart en er nadien geen nadere contacten zijn voorzien met de personen die bij dat onderzoek waren betrokken, of
c. de gegevensverzameling van het lopende onderzoek binnen één jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is gestart en de procedure van het vragen van toestemming redelijkerwijs niet meer gewijzigd kon worden.
3. De directeur-generaal oordeelt dat een onderzoek overeenkomstig artikel 42a, tweede lid, onderdeel c, van de wethet algemeen belang dient als aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. het onderzoek draagt naar verwachting bij aan nieuwe wetenschappelijke inzichten;
b. er is een redelijke mate van waarschijnlijkheid dat de gezondheid van een groep personen van enige omvang wordt bevorderd of beschermd.