BWBR0022436
Geldig vanaf 2007-08-30
Artikel 3
Regeling verstrekking gegevens doodsoorzaken CBS
1. De directeur-generaal stelt een toetsingscommissie in voor de verstrekking van doodsoorzaakgegevens.
2. De directeur-generaal wint ten behoeve van de verstrekking van doodsoorzaakgegevens het advies in van de toetsingscommissie.
3. De toetsingscommissie heeft als taak:
a. het toetsen van onderzoeksvoorstellen aan de hand van de voorwaarden van artikel 42a van de wet en artikel 5;
b. het adviseren aan de directeur-generaal over het verzoek, op basis van de uitkomst van de toetsing, bedoeld in onderdeel a.
4. In de toetsingscommissie hebben zitting:
1°. een vertegenwoordiger voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen;
2°. een vertegenwoordiger van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst;
3°. een vertegenwoordiger van de Federatie van Medisch-Wetenschappelijke Verenigingen;
4°. een vertegenwoordiger van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek;
5°. een vertegenwoordiger van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie.
5. Een vertegenwoordiger van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de medisch ambtenaar van het CBS nemen zitting in de toetsingscommissie als toegevoegd lid zonder stemrecht.
6. De leden, bedoeld in het vierde lid, worden door de directeur-generaal benoemd voor de duur van 5 jaar. Zij kunnen eenmaal voor een zelfde periode worden herbenoemd.
7. De toetsingscommissie heeft een onafhankelijke voorzitter die door de directeur-generaal wordt benoemd voor de duur van vijf jaar. In het secretariaat van de toetsingscommissie wordt voorzien vanwege het CBS.
8. De toetsingscommissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.
9. De toetsingscommissie werkt volgens een door de directeur-generaal goed te keuren reglement van orde.
10. De directeur-generaal kan aan de voorzitter en de leden een vacatiegeld toekennen ten laste van het CBS.
11. De toetsingscommissie maakt een jaarverslag dat zij vóór 1 april van het daarop volgende jaar aan de directeur-generaal zendt.
12. De directeur-generaal kan eisen stellen aan de inrichting van het jaarverslag, bedoeld in het elfde lid.
13. De directeur-generaal stelt het jaarverslag, bedoeld in het elfde lid, vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant.
2. De directeur-generaal wint ten behoeve van de verstrekking van doodsoorzaakgegevens het advies in van de toetsingscommissie.
3. De toetsingscommissie heeft als taak:
a. het toetsen van onderzoeksvoorstellen aan de hand van de voorwaarden van artikel 42a van de wet en artikel 5;
b. het adviseren aan de directeur-generaal over het verzoek, op basis van de uitkomst van de toetsing, bedoeld in onderdeel a.
4. In de toetsingscommissie hebben zitting:
1°. een vertegenwoordiger voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen;
2°. een vertegenwoordiger van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst;
3°. een vertegenwoordiger van de Federatie van Medisch-Wetenschappelijke Verenigingen;
4°. een vertegenwoordiger van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek;
5°. een vertegenwoordiger van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie.
5. Een vertegenwoordiger van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de medisch ambtenaar van het CBS nemen zitting in de toetsingscommissie als toegevoegd lid zonder stemrecht.
6. De leden, bedoeld in het vierde lid, worden door de directeur-generaal benoemd voor de duur van 5 jaar. Zij kunnen eenmaal voor een zelfde periode worden herbenoemd.
7. De toetsingscommissie heeft een onafhankelijke voorzitter die door de directeur-generaal wordt benoemd voor de duur van vijf jaar. In het secretariaat van de toetsingscommissie wordt voorzien vanwege het CBS.
8. De toetsingscommissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.
9. De toetsingscommissie werkt volgens een door de directeur-generaal goed te keuren reglement van orde.
10. De directeur-generaal kan aan de voorzitter en de leden een vacatiegeld toekennen ten laste van het CBS.
11. De toetsingscommissie maakt een jaarverslag dat zij vóór 1 april van het daarop volgende jaar aan de directeur-generaal zendt.
12. De directeur-generaal kan eisen stellen aan de inrichting van het jaarverslag, bedoeld in het elfde lid.
13. De directeur-generaal stelt het jaarverslag, bedoeld in het elfde lid, vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant.