BWBR0022428
Geldig vanaf 2007-11-26
Artikel 8
Wet algemene bepalingen burgerservicenummer
1. Het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk Onze Minister, kent onmiddellijk na de inschrijving van een persoon als ingezetene, onderscheidenlijk niet-ingezetene, in de basisregistratie personen, aan de ingeschrevene een burgerservicenummer toe, tenzij aan hem reeds een burgerservicenummer is toegekend.
2. Het bestuurscollege kent onmiddellijk na een inschrijving in de basisadministratie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0028208/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES</a>, aan de ingeschrevene een burgerservicenummer toe, tenzij aan hem reeds een burgerservicenummer is toegekend.
3. Het burgerservicenummer wordt toegekend uit de nummers die op grond van artikel 7ter beschikking zijn gesteld.
4. Een burgerservicenummer wordt foutloos en slechts éénmaal toegekend.
5. In verband met de uitvoering van dit artikel maakt het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent, gebruik van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de uitvoering van dit artikel, waaronder regels betreffende de verplichtingen van overheidsorganen om gegevens te verstrekken die voor de uitvoering noodzakelijk zijn. De maatregel bepaalt in ieder geval welke gegevens in verband met de uitvoering van dit artikel worden verstrekt aan het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent.
2. Het bestuurscollege kent onmiddellijk na een inschrijving in de basisadministratie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0028208/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES</a>, aan de ingeschrevene een burgerservicenummer toe, tenzij aan hem reeds een burgerservicenummer is toegekend.
3. Het burgerservicenummer wordt toegekend uit de nummers die op grond van artikel 7ter beschikking zijn gesteld.
4. Een burgerservicenummer wordt foutloos en slechts éénmaal toegekend.
5. In verband met de uitvoering van dit artikel maakt het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent, gebruik van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de uitvoering van dit artikel, waaronder regels betreffende de verplichtingen van overheidsorganen om gegevens te verstrekken die voor de uitvoering noodzakelijk zijn. De maatregel bepaalt in ieder geval welke gegevens in verband met de uitvoering van dit artikel worden verstrekt aan het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent.