BWBR0022428
Geldig vanaf 2007-11-26
Artikel 21
Wet algemene bepalingen burgerservicenummer
1. Onze Minister verricht eens per drie jaar een onderzoek naar de inrichting, de werking en de beveiliging van de beheervoorziening.
2. De bestuursorganen die burgerservicenummers toekennen, verschaffen Onze Minister desgevraagd de inlichtingen betreffende de toekenning van burgerservicenummers.
3. Onze Minister die het aangaat verricht eens per drie jaar een onderzoek naar de inrichting, de werking en de beveiliging van een sectorale berichtenvoorziening als bedoeld in artikel 17, eerste lid, die onder zijn verantwoordelijkheid valt.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Minister, onderscheidenlijk Onze Minister die het aangaat in overeenstemming met Onze Minister, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de beoordelingscriteria en de wijze van uitvoering van de onderzoeken, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk het derde lid.
2. De bestuursorganen die burgerservicenummers toekennen, verschaffen Onze Minister desgevraagd de inlichtingen betreffende de toekenning van burgerservicenummers.
3. Onze Minister die het aangaat verricht eens per drie jaar een onderzoek naar de inrichting, de werking en de beveiliging van een sectorale berichtenvoorziening als bedoeld in artikel 17, eerste lid, die onder zijn verantwoordelijkheid valt.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Minister, onderscheidenlijk Onze Minister die het aangaat in overeenstemming met Onze Minister, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de beoordelingscriteria en de wijze van uitvoering van de onderzoeken, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk het derde lid.