BWBR0022301
Geldig vanaf 2007-08-13
Artikel 3
Uitvoeringsregeling WKK ramingen en subsidiebedragen
1. Indien een producent in 2007 elektriciteit opgewekt in een installatie voor warmtekrachtkoppeling op een installatie invoedt, wordt het totaalbedrag van de voor deze periode verkregen subsidie verminderd met het voordeel dat de producent in 2007 heeft genoten van het niet belastbaar zijn van op de installatie ingevoede elektriciteit afkomstig van een installatie voor warmtekrachtkoppeling op grond van artikel 36c, vijfde lid, onder d, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
2. Het voordeel, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. voor zover elektriciteit, zowel afkomstig van de installatie voor warmtekrachtkoppeling als van andere bronnen, die op een installatie wordt ingevoed: 1°. in 2007 niet meer bedraagt dan 10.000 kWh, per ingevoede kWh € 0,0705;
2°. in 2007 meer dan 10.000 kWh, maar niet meer dan 50.000 kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0343;
3°. in 2007 meer dan 50.000 kWh, maar niet meer dan 10 miljoen kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0094;
4°. in 2007 meer bedraagt dan 10 miljoen kWh, per ingevoede kWh € 0,001 voor niet-zakelijk verbruik en per ingevoede kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik;
1°. in 2007 niet meer bedraagt dan 10.000 kWh, per ingevoede kWh € 0,0705;
2°. in 2007 meer dan 10.000 kWh, maar niet meer dan 50.000 kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0343;
3°. in 2007 meer dan 50.000 kWh, maar niet meer dan 10 miljoen kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0094;
4°. in 2007 meer bedraagt dan 10 miljoen kWh, per ingevoede kWh € 0,001 voor niet-zakelijk verbruik en per ingevoede kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik;
b. verminderd met het bedrag dat de leverancier over 2007 inzake de levering van elektriciteit aan de producent aan belasting verschuldigd is op grond van hoofdstuk VA van de Wet belastingen op milieugrondslag.
3. Het bedrag bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 4o, wordt niet berekend indien aan de producent op grond van artikel 36q van de Wet belastingen op milieugrondslagvoor 2007 een vrijstelling is verleend voor de belasting over elektriciteit boven een gebruik van 10 miljoen kWh per verbruiksperiode van twaalf maanden.
2. Het voordeel, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. voor zover elektriciteit, zowel afkomstig van de installatie voor warmtekrachtkoppeling als van andere bronnen, die op een installatie wordt ingevoed: 1°. in 2007 niet meer bedraagt dan 10.000 kWh, per ingevoede kWh € 0,0705;
2°. in 2007 meer dan 10.000 kWh, maar niet meer dan 50.000 kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0343;
3°. in 2007 meer dan 50.000 kWh, maar niet meer dan 10 miljoen kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0094;
4°. in 2007 meer bedraagt dan 10 miljoen kWh, per ingevoede kWh € 0,001 voor niet-zakelijk verbruik en per ingevoede kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik;
1°. in 2007 niet meer bedraagt dan 10.000 kWh, per ingevoede kWh € 0,0705;
2°. in 2007 meer dan 10.000 kWh, maar niet meer dan 50.000 kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0343;
3°. in 2007 meer dan 50.000 kWh, maar niet meer dan 10 miljoen kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0094;
4°. in 2007 meer bedraagt dan 10 miljoen kWh, per ingevoede kWh € 0,001 voor niet-zakelijk verbruik en per ingevoede kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik;
b. verminderd met het bedrag dat de leverancier over 2007 inzake de levering van elektriciteit aan de producent aan belasting verschuldigd is op grond van hoofdstuk VA van de Wet belastingen op milieugrondslag.
3. Het bedrag bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 4o, wordt niet berekend indien aan de producent op grond van artikel 36q van de Wet belastingen op milieugrondslagvoor 2007 een vrijstelling is verleend voor de belasting over elektriciteit boven een gebruik van 10 miljoen kWh per verbruiksperiode van twaalf maanden.