BWBR0022169
Geldig vanaf 2007-07-06
Artikel 4
Regeling Commissie Integraal Toezicht Terugkeer
1. Een lid van de commissie of kamer van de commissie wordt door de Staatssecretaris van Justitie tussentijds ontslagen:
a. Op eigen verzoek;
b. Bij de aanvaarding van een ambt of betrekking, onverenigbaar met het lidmaatschap van de commissie of kamer van de commissie;
c. Wanneer hij naar het oordeel van de Staatssecretaris van Justitie door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
2. Aan een lid van de commissie of een kamer van de commissie kan door de Staatssecretaris van Justitie tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmee de benoeming heeft plaatsgevonden.
3. Hangende de procedure voor ontslag kan de Staatssecretaris van Justitie het lid van de commissie of een kamer van de commissie in de uitoefening van zijn functie schorsen.
a. Op eigen verzoek;
b. Bij de aanvaarding van een ambt of betrekking, onverenigbaar met het lidmaatschap van de commissie of kamer van de commissie;
c. Wanneer hij naar het oordeel van de Staatssecretaris van Justitie door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
2. Aan een lid van de commissie of een kamer van de commissie kan door de Staatssecretaris van Justitie tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmee de benoeming heeft plaatsgevonden.
3. Hangende de procedure voor ontslag kan de Staatssecretaris van Justitie het lid van de commissie of een kamer van de commissie in de uitoefening van zijn functie schorsen.