BWBR0022169
Geldig vanaf 2007-07-06
Artikel 2
Regeling Commissie Integraal Toezicht Terugkeer
1. Er is een Commissie Integraal Toezicht Terugkeer.
2. De commissie houdt toezicht op het totale terugkeerproces. Dit laat onverlet het toezicht dat wordt uitgeoefend door een op basis van artikel 7 van de Penitentiaire Beginselenwetingestelde commissie van toezicht detentielocatie, een op basis van het Besluit Regionale Politiekorpsenen de Regeling politiecellencomplexingestelde commissie van toezicht politiecellen, of door de Inspectie voor de Sanctietoepassing.
3. De commissie treedt regelmatig in contact met de in het tweede lid genoemde toezichthouders, teneinde de activiteiten met betrekking tot het toezicht – voor zover het hierbij vreemdelingen in het terugkeerproces betreft – af te stemmen en relevante informatie te wisselen.
4. de commissie rapporteert omtrent haar bevindingen aan de Staatssecretaris van Justitie, als eerstverantwoordelijke en tegelijkertijd aan andere betrokken bewindspersonen. Een afschrift van dit rapport wordt verzonden aan de hoofden van dienst.
5. de commissie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag over haar werkzaamheden en bevindingen uit aan de Staatssecretaris van Justitie en andere betrokken bewindspersonen.
6. De commissie kan een of meer kamers instellen.
2. De commissie houdt toezicht op het totale terugkeerproces. Dit laat onverlet het toezicht dat wordt uitgeoefend door een op basis van artikel 7 van de Penitentiaire Beginselenwetingestelde commissie van toezicht detentielocatie, een op basis van het Besluit Regionale Politiekorpsenen de Regeling politiecellencomplexingestelde commissie van toezicht politiecellen, of door de Inspectie voor de Sanctietoepassing.
3. De commissie treedt regelmatig in contact met de in het tweede lid genoemde toezichthouders, teneinde de activiteiten met betrekking tot het toezicht – voor zover het hierbij vreemdelingen in het terugkeerproces betreft – af te stemmen en relevante informatie te wisselen.
4. de commissie rapporteert omtrent haar bevindingen aan de Staatssecretaris van Justitie, als eerstverantwoordelijke en tegelijkertijd aan andere betrokken bewindspersonen. Een afschrift van dit rapport wordt verzonden aan de hoofden van dienst.
5. de commissie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag over haar werkzaamheden en bevindingen uit aan de Staatssecretaris van Justitie en andere betrokken bewindspersonen.
6. De commissie kan een of meer kamers instellen.