BWBR0022136
Geldig vanaf 2007-06-29
Artikel 4
Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering
1. De borgstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
a. het bedrag van de kredietverlening aan een startende ondernemer bedraagt maximaal € 31.500,–;
b. de startende ondernemer betaalt de Minister via de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank een afsluitprovisie van 4 procent van het kredietbedrag waarop de borgstelling betrekking heeft; en
c. de borgstellingsovereenkomst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, heeft een maximale looptijd van zes jaar.
2. De Minister kan de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten hoogste driemaal gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten.
a. het bedrag van de kredietverlening aan een startende ondernemer bedraagt maximaal € 31.500,–;
b. de startende ondernemer betaalt de Minister via de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank een afsluitprovisie van 4 procent van het kredietbedrag waarop de borgstelling betrekking heeft; en
c. de borgstellingsovereenkomst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, heeft een maximale looptijd van zes jaar.
2. De Minister kan de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten hoogste driemaal gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten.