BWBR0022136
Geldig vanaf 2007-06-29
Artikel 2
Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering
1. De Minister verleent een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank subsidie in de vorm van een borgstelling voor een met de startende ondernemer te sluiten kredietovereenkomst, indien:
a. de startende ondernemer voor een krediet voor bedrijf of zelfstandig beroep geen beroep kan doen op een geldlening bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank die, gezien haar aard en doel, passend en toereikend is voor de startende ondernemer;
b. de startende ondernemer voornemens is naar het oordeel van de Minister een levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep te starten;
c. ingeval van gehele of gedeeltelijke voortzetting van de uitkering de uitvoeringsinstelling goedkeuring geeft aan de startende ondernemer voor het starten van een bedrijf of zelfstandig beroep;
d. de aard van de activiteiten van de startende ondernemer niet indruist tegen de openbare orde, de goede zeden of het maatschappelijk belang; en
e. er afspraken zijn gemaakt over begeleiding van de startende ondernemer na de start van het levensvatbaar bedrijf of het zelfstandig beroep.
2. De startende ondernemer dient binnen 35 kalenderdagen, nadat de Minister een aanbod tot een borgstellingsovereenkomst heeft afgegeven, onder gebruikmaking hiervan een krediet te verwerven bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank.
3. De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan door de Minister worden verlengd, indien het overschrijden van deze termijn de startende ondernemer redelijkerwijs niet te verwijten valt.
a. de startende ondernemer voor een krediet voor bedrijf of zelfstandig beroep geen beroep kan doen op een geldlening bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank die, gezien haar aard en doel, passend en toereikend is voor de startende ondernemer;
b. de startende ondernemer voornemens is naar het oordeel van de Minister een levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep te starten;
c. ingeval van gehele of gedeeltelijke voortzetting van de uitkering de uitvoeringsinstelling goedkeuring geeft aan de startende ondernemer voor het starten van een bedrijf of zelfstandig beroep;
d. de aard van de activiteiten van de startende ondernemer niet indruist tegen de openbare orde, de goede zeden of het maatschappelijk belang; en
e. er afspraken zijn gemaakt over begeleiding van de startende ondernemer na de start van het levensvatbaar bedrijf of het zelfstandig beroep.
2. De startende ondernemer dient binnen 35 kalenderdagen, nadat de Minister een aanbod tot een borgstellingsovereenkomst heeft afgegeven, onder gebruikmaking hiervan een krediet te verwerven bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank.
3. De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan door de Minister worden verlengd, indien het overschrijden van deze termijn de startende ondernemer redelijkerwijs niet te verwijten valt.