BWBR0021982
Geldig vanaf 2007-06-07
Artikel 2.3
Tijdelijke stimuleringsregeling EVC en maatwerktrajecten werkend leren in het HBO
Het activiteitenplan, voor zover dat betrekking heeft op het realiseren van extra EVC trajecten omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten met betrekking tot het realiseren van die extra EVC trajecten en voorziet ten minste in:
a. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de bestaande activiteiten en voorzieningen van de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, van de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt, op het gebied van eerder verworven competenties, te weten: 1°. de beschikbaarheid van EVC-methodieken;
2°. de beschikbaarheid van EVC-expertise; en
3°. het aantal deelnemers aan EVC- trajecten in 2005 en 2006;
1°. de beschikbaarheid van EVC-methodieken;
2°. de beschikbaarheid van EVC-expertise; en
3°. het aantal deelnemers aan EVC- trajecten in 2005 en 2006;
b. de per 1 januari 2009 beoogde resultaten in termen van: 1°. het aantal ontwikkelde methodieken en voor welke opleidingen;
2°. de toename van EVC-expertise;
3°. het aantal nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten; en
4°. de realisatie van een bij de vraag passend aanbod van EVC-methodieken;
1°. het aantal ontwikkelde methodieken en voor welke opleidingen;
2°. de toename van EVC-expertise;
3°. het aantal nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten; en
4°. de realisatie van een bij de vraag passend aanbod van EVC-methodieken;
c. voor zover van toepassing, de verdeling van taken binnen het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
d. een beschrijving van de acquisitie- en pr-activiteiten en de verspreiding van resultaten;
e. een beschrijving van de wijze waarop: 1°. de kandidaten geworven worden;
2°. maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methodieken en materialen;
3°. een EVC-traject als een opzichzelfstaande voorziening wordt aangeboden die los staat van instroom of inschrijving in een opleiding en afgerond wordt met een EVC-rapportage;
4°. de kwaliteitscode EVC wordt gehanteerd, en men zich bij het kenniscentrum EVC aanmeldt als (voorlopig) erkend aanbieder van EVC; en
5°. de te realiseren EVC-methodieken na afloop van de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft duurzaam worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt; Het activiteitenplan, voor zover dat betrekking heeft op extra maatwerktrajecten werkend leren, omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten met betrekking tot het realiseren van die extra maatwerktrajecten werkend leren, en voorziet ten minste in:
1°. de kandidaten geworven worden;
2°. maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methodieken en materialen;
3°. een EVC-traject als een opzichzelfstaande voorziening wordt aangeboden die los staat van instroom of inschrijving in een opleiding en afgerond wordt met een EVC-rapportage;
4°. de kwaliteitscode EVC wordt gehanteerd, en men zich bij het kenniscentrum EVC aanmeldt als (voorlopig) erkend aanbieder van EVC; en
5°. de te realiseren EVC-methodieken na afloop van de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft duurzaam worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
f. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de bestaande activiteiten en voorzieningen van de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, van de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt, op het gebied van maatwerktrajecten werkend leren, te weten: 1°. de beschikbaarheid van instrumenten, methoden, werkwijzen en faciliteiten voor het realiseren van duale maatwerktrajecten;
2°. de beschikbaarheid van expertise benodigd voor het vormgeven, inrichten, begeleiden en beoordelen van maatwerktrajecten werkend leren, en
3°. het aantal deelnemers aan maatwerktrajecten werkend leren in 2005 en 2006;
1°. de beschikbaarheid van instrumenten, methoden, werkwijzen en faciliteiten voor het realiseren van duale maatwerktrajecten;
2°. de beschikbaarheid van expertise benodigd voor het vormgeven, inrichten, begeleiden en beoordelen van maatwerktrajecten werkend leren, en
3°. het aantal deelnemers aan maatwerktrajecten werkend leren in 2005 en 2006;
g. de per 1 januari 2009 beoogde resultaten in termen van: 1°. ontwikkelde instrumenten, methoden, werkwijzen en faciliteiten voor maatwerktrajecten werkend leren en voor welke (landelijk erkende) opleidingen;
2°. de toename van expertise op het gebied van het vormgeven, inrichten, begeleiden en beoordelen van maatwerktrajecten werkend leren;
3°. het aantal nieuwe deelnemers (werkenden / werkzoekenden) aan maatwerktrajecten werkend leren;
1°. ontwikkelde instrumenten, methoden, werkwijzen en faciliteiten voor maatwerktrajecten werkend leren en voor welke (landelijk erkende) opleidingen;
2°. de toename van expertise op het gebied van het vormgeven, inrichten, begeleiden en beoordelen van maatwerktrajecten werkend leren;
3°. het aantal nieuwe deelnemers (werkenden / werkzoekenden) aan maatwerktrajecten werkend leren;
h. voor zover van toepassing, de verdeling van taken binnen het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
i. een beschrijving van de acquisitie- en pr-activiteiten en de verspreiding van resultaten;
j. een beschrijving van de wijze waarop: 1°. de deelnemers geworven gaan worden c.q. hoe met werkgevers en/of individuele werknemers of werkzoekenden afspraken gemaakt worden met het oog op de realisatie van maatwerktrajecten werkend leren;
2°. er maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methoden en materialen;
3°. de NVAO-accreditatiekaders worden gehanteerd; en
4°. de te realiseren voorzieningen voor maatwerktrajecten werkend leren na afloop van de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft duurzaam worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.
1°. de deelnemers geworven gaan worden c.q. hoe met werkgevers en/of individuele werknemers of werkzoekenden afspraken gemaakt worden met het oog op de realisatie van maatwerktrajecten werkend leren;
2°. er maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methoden en materialen;
3°. de NVAO-accreditatiekaders worden gehanteerd; en
4°. de te realiseren voorzieningen voor maatwerktrajecten werkend leren na afloop van de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft duurzaam worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.
a. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de bestaande activiteiten en voorzieningen van de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, van de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt, op het gebied van eerder verworven competenties, te weten: 1°. de beschikbaarheid van EVC-methodieken;
2°. de beschikbaarheid van EVC-expertise; en
3°. het aantal deelnemers aan EVC- trajecten in 2005 en 2006;
1°. de beschikbaarheid van EVC-methodieken;
2°. de beschikbaarheid van EVC-expertise; en
3°. het aantal deelnemers aan EVC- trajecten in 2005 en 2006;
b. de per 1 januari 2009 beoogde resultaten in termen van: 1°. het aantal ontwikkelde methodieken en voor welke opleidingen;
2°. de toename van EVC-expertise;
3°. het aantal nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten; en
4°. de realisatie van een bij de vraag passend aanbod van EVC-methodieken;
1°. het aantal ontwikkelde methodieken en voor welke opleidingen;
2°. de toename van EVC-expertise;
3°. het aantal nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten; en
4°. de realisatie van een bij de vraag passend aanbod van EVC-methodieken;
c. voor zover van toepassing, de verdeling van taken binnen het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
d. een beschrijving van de acquisitie- en pr-activiteiten en de verspreiding van resultaten;
e. een beschrijving van de wijze waarop: 1°. de kandidaten geworven worden;
2°. maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methodieken en materialen;
3°. een EVC-traject als een opzichzelfstaande voorziening wordt aangeboden die los staat van instroom of inschrijving in een opleiding en afgerond wordt met een EVC-rapportage;
4°. de kwaliteitscode EVC wordt gehanteerd, en men zich bij het kenniscentrum EVC aanmeldt als (voorlopig) erkend aanbieder van EVC; en
5°. de te realiseren EVC-methodieken na afloop van de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft duurzaam worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt; Het activiteitenplan, voor zover dat betrekking heeft op extra maatwerktrajecten werkend leren, omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten met betrekking tot het realiseren van die extra maatwerktrajecten werkend leren, en voorziet ten minste in:
1°. de kandidaten geworven worden;
2°. maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methodieken en materialen;
3°. een EVC-traject als een opzichzelfstaande voorziening wordt aangeboden die los staat van instroom of inschrijving in een opleiding en afgerond wordt met een EVC-rapportage;
4°. de kwaliteitscode EVC wordt gehanteerd, en men zich bij het kenniscentrum EVC aanmeldt als (voorlopig) erkend aanbieder van EVC; en
5°. de te realiseren EVC-methodieken na afloop van de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft duurzaam worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
f. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de bestaande activiteiten en voorzieningen van de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, van de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt, op het gebied van maatwerktrajecten werkend leren, te weten: 1°. de beschikbaarheid van instrumenten, methoden, werkwijzen en faciliteiten voor het realiseren van duale maatwerktrajecten;
2°. de beschikbaarheid van expertise benodigd voor het vormgeven, inrichten, begeleiden en beoordelen van maatwerktrajecten werkend leren, en
3°. het aantal deelnemers aan maatwerktrajecten werkend leren in 2005 en 2006;
1°. de beschikbaarheid van instrumenten, methoden, werkwijzen en faciliteiten voor het realiseren van duale maatwerktrajecten;
2°. de beschikbaarheid van expertise benodigd voor het vormgeven, inrichten, begeleiden en beoordelen van maatwerktrajecten werkend leren, en
3°. het aantal deelnemers aan maatwerktrajecten werkend leren in 2005 en 2006;
g. de per 1 januari 2009 beoogde resultaten in termen van: 1°. ontwikkelde instrumenten, methoden, werkwijzen en faciliteiten voor maatwerktrajecten werkend leren en voor welke (landelijk erkende) opleidingen;
2°. de toename van expertise op het gebied van het vormgeven, inrichten, begeleiden en beoordelen van maatwerktrajecten werkend leren;
3°. het aantal nieuwe deelnemers (werkenden / werkzoekenden) aan maatwerktrajecten werkend leren;
1°. ontwikkelde instrumenten, methoden, werkwijzen en faciliteiten voor maatwerktrajecten werkend leren en voor welke (landelijk erkende) opleidingen;
2°. de toename van expertise op het gebied van het vormgeven, inrichten, begeleiden en beoordelen van maatwerktrajecten werkend leren;
3°. het aantal nieuwe deelnemers (werkenden / werkzoekenden) aan maatwerktrajecten werkend leren;
h. voor zover van toepassing, de verdeling van taken binnen het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
i. een beschrijving van de acquisitie- en pr-activiteiten en de verspreiding van resultaten;
j. een beschrijving van de wijze waarop: 1°. de deelnemers geworven gaan worden c.q. hoe met werkgevers en/of individuele werknemers of werkzoekenden afspraken gemaakt worden met het oog op de realisatie van maatwerktrajecten werkend leren;
2°. er maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methoden en materialen;
3°. de NVAO-accreditatiekaders worden gehanteerd; en
4°. de te realiseren voorzieningen voor maatwerktrajecten werkend leren na afloop van de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft duurzaam worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.
1°. de deelnemers geworven gaan worden c.q. hoe met werkgevers en/of individuele werknemers of werkzoekenden afspraken gemaakt worden met het oog op de realisatie van maatwerktrajecten werkend leren;
2°. er maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methoden en materialen;
3°. de NVAO-accreditatiekaders worden gehanteerd; en
4°. de te realiseren voorzieningen voor maatwerktrajecten werkend leren na afloop van de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft duurzaam worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.