Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. EVC: erkenning van verworven competenties
b. verworven competenties: door werkervaring of op andere wijze verworven kennis, vaardigheden en competenties;
c. EVC-methodiek: methodiek door middel waarvan verworven competenties van iemand in kaart worden gebracht;
d. EVC-rapportage: rapportage – conform de kwaliteitscode EVC – waarin de beoordeling van de competenties van een individuele EVC-deelnemer wordt weergegeven en waarin diens competenties afgezet worden tegen een landelijk erkende standaard;
e. EVC-traject: traject waarin een EVC-methodiek wordt gehanteerd en dat wordt afgesloten met een EVC rapportage;
f. EVC-voorziening: geheel aan EVC-methodieken en EVC-expertise van een hogeschool;
g. EVC-expertise: deskundigheid binnen een hogeschool, die noodzakelijk is om EVC-methodieken te kunnen hanteren volgens de in het convenant kwaliteitscode EVC vastgelegde en in de normering bij de kwaliteitscode EVC uitgewerkte criteria;
h. Maatwerktraject werkend leren: opleidingstraject binnen een CROHO-opleiding, dat strekt tot het behalen van een HBO-getuigschrift, waarin op maat aangesloten wordt op de competenties van deelnemers (werkenden en werkzoekenden) en waarin werkend leren centraal staat;
i. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
j. Opleidings- en Ontwikkelingsfonds: door werkgevers en werknemers in het leven geroepen, dan wel beheerd, samenwerkingsverband per bedrijfstak of onderneming;
k. Werkend leren: trajecten waarin werken en leren in samenhang gecombineerd worden en elkaar versterken, waarbij het georganiseerde leren zowel op de werkplek als ‘binnenschools’ plaatsvindt;
l. werkgever: natuurlijk persoon of rechtspersoon in wiens dienst dan wel voor wie een werknemer arbeid verricht;
m. hogeschool: uit ’s Rijks kas bekostigde hogeschool;
n. opleidingsinfrastructuur: het totale aanbod van opleidingen, de transitiemogelijkheden tussen opleidingen en de wijze waarop de opleidingen worden aangeboden naar vorm, plaats en tijd.
a. EVC: erkenning van verworven competenties
b. verworven competenties: door werkervaring of op andere wijze verworven kennis, vaardigheden en competenties;
c. EVC-methodiek: methodiek door middel waarvan verworven competenties van iemand in kaart worden gebracht;
d. EVC-rapportage: rapportage – conform de kwaliteitscode EVC – waarin de beoordeling van de competenties van een individuele EVC-deelnemer wordt weergegeven en waarin diens competenties afgezet worden tegen een landelijk erkende standaard;
e. EVC-traject: traject waarin een EVC-methodiek wordt gehanteerd en dat wordt afgesloten met een EVC rapportage;
f. EVC-voorziening: geheel aan EVC-methodieken en EVC-expertise van een hogeschool;
g. EVC-expertise: deskundigheid binnen een hogeschool, die noodzakelijk is om EVC-methodieken te kunnen hanteren volgens de in het convenant kwaliteitscode EVC vastgelegde en in de normering bij de kwaliteitscode EVC uitgewerkte criteria;
h. Maatwerktraject werkend leren: opleidingstraject binnen een CROHO-opleiding, dat strekt tot het behalen van een HBO-getuigschrift, waarin op maat aangesloten wordt op de competenties van deelnemers (werkenden en werkzoekenden) en waarin werkend leren centraal staat;
i. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
j. Opleidings- en Ontwikkelingsfonds: door werkgevers en werknemers in het leven geroepen, dan wel beheerd, samenwerkingsverband per bedrijfstak of onderneming;
k. Werkend leren: trajecten waarin werken en leren in samenhang gecombineerd worden en elkaar versterken, waarbij het georganiseerde leren zowel op de werkplek als ‘binnenschools’ plaatsvindt;
l. werkgever: natuurlijk persoon of rechtspersoon in wiens dienst dan wel voor wie een werknemer arbeid verricht;
m. hogeschool: uit ’s Rijks kas bekostigde hogeschool;
n. opleidingsinfrastructuur: het totale aanbod van opleidingen, de transitiemogelijkheden tussen opleidingen en de wijze waarop de opleidingen worden aangeboden naar vorm, plaats en tijd.