BWBR0021917
Geldig vanaf 2007-06-01
Artikel 2
Regeling mandaatverlening aan de GGD’en met betrekking tot de uitvoering van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen
1. Aan de in bijlage 1bij deze regeling genoemde functionarissen of instanties wordt mandaat verleend om:
a. besluiten te nemen op aanvragen van vergunningen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit;
b. vergunningen in te trekken als bedoeld in artikel 5 van het besluit;
c. de hoogte vast te stellen van de retributie;
d. de retributie op te leggen en te innen.
2. De functionarissen en instanties bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd ondermandaat of ondervolmacht te verlenen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de op grond van deze regeling toegekende bevoegdheden.
3. Het verlenen van ondermandaat of ondervolmacht als bedoeld in het tweede lid leidt niet tot een hogere retributie.
a. besluiten te nemen op aanvragen van vergunningen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit;
b. vergunningen in te trekken als bedoeld in artikel 5 van het besluit;
c. de hoogte vast te stellen van de retributie;
d. de retributie op te leggen en te innen.
2. De functionarissen en instanties bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd ondermandaat of ondervolmacht te verlenen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de op grond van deze regeling toegekende bevoegdheden.
3. Het verlenen van ondermandaat of ondervolmacht als bedoeld in het tweede lid leidt niet tot een hogere retributie.