BWBR0021789
Geldig vanaf 2007-05-06
Artikel 4
Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2007
1. De portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving kunnen ondermandaat verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
2. In afwijking van het eerste lid wordt geen ondermandaat verleend met betrekking tot de inzet van externen voor de categorieën interimmanagement, organisatie- en formatieadvies, beleidsadvies en communicatieadvies.
3. De bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat heeft tevens betrekking op het uitoefenen van de dagelijkse leiding van het onderdeel waarvoor de betreffende functionarissen verantwoordelijk zijn, met inbegrip van verantwoordelijkheden op organisatorisch, financieel en materieel gebied en specifieke door de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving toegekende bevoegdheden.
4. De uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat geschiedt bij schriftelijk besluit, met voorafgaande instemming van de algemene leiding.
2. In afwijking van het eerste lid wordt geen ondermandaat verleend met betrekking tot de inzet van externen voor de categorieën interimmanagement, organisatie- en formatieadvies, beleidsadvies en communicatieadvies.
3. De bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat heeft tevens betrekking op het uitoefenen van de dagelijkse leiding van het onderdeel waarvoor de betreffende functionarissen verantwoordelijk zijn, met inbegrip van verantwoordelijkheden op organisatorisch, financieel en materieel gebied en specifieke door de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving toegekende bevoegdheden.
4. De uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat geschiedt bij schriftelijk besluit, met voorafgaande instemming van de algemene leiding.