BWBR0021624
Geldig vanaf 2007-04-01
Artikel 3
Beleidsregels inzake ontheffing verbod van kinderarbeid
1. Bij het verlenen van een ontheffing voor het verrichten van niet-industriële arbeid van lichte aard door een kind van 7 tot en met 12 jaar wordt in acht genomen, dat dat kind:
a. ten hoogste 12 maal per jaar met een maximum van 3 maal per week arbeid verricht;
b. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen;
c. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht;
d. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 aaneengesloten weken geen arbeid verricht;
e. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren, waarin de periode tussen 23.00 uur en 08.00 uur begrepen is;
f. niet langer dan 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en 4 uren per dag op andere dagen arbeid verricht, en
g. zowel voor, tijdens als na de uitvoering deskundig wordt begeleid.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en sub f, wordt bij het verlenen van een ontheffing voor het verrichten van schoolse activiteiten door een kind van 7 tot en met 12 jaar in het kader van een schoolwerkplan van een school voor kunstzinnige vorming, in acht genomen dat dat kind:
a. ten hoogste 15 maal per jaar met een maximum van 3 maal per week arbeid verricht, en
b. niet langer dan 7 uren per dag en 12 uren per week arbeid verricht.
Indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur dan wordt de arbeid afgewisseld met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten.
a. ten hoogste 12 maal per jaar met een maximum van 3 maal per week arbeid verricht;
b. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen;
c. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht;
d. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 aaneengesloten weken geen arbeid verricht;
e. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren, waarin de periode tussen 23.00 uur en 08.00 uur begrepen is;
f. niet langer dan 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en 4 uren per dag op andere dagen arbeid verricht, en
g. zowel voor, tijdens als na de uitvoering deskundig wordt begeleid.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en sub f, wordt bij het verlenen van een ontheffing voor het verrichten van schoolse activiteiten door een kind van 7 tot en met 12 jaar in het kader van een schoolwerkplan van een school voor kunstzinnige vorming, in acht genomen dat dat kind:
a. ten hoogste 15 maal per jaar met een maximum van 3 maal per week arbeid verricht, en
b. niet langer dan 7 uren per dag en 12 uren per week arbeid verricht.
Indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur dan wordt de arbeid afgewisseld met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten.