BWBR0021612
Geldig vanaf 2007-03-30
Artikel 12
Organisatie- mandaat- en volmachtbesluit directie Gemeenschappelijke Organisatie Bedrijfsvoering 2006
Elk van de teamleiders is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het mede sturing geven aan de ontwikkeling van de organisatie en het dienstenpakket van de directie GOB als dienstverlenende directie binnen het ministerie;
b. het zorgdragen voor het mede ontwikkelen en implementeren van het inhoudelijk beleid, de dienstverlening en de uitvoering hiervan op het gebied van het team dat onder hen ressorteert;
c. het onderhouden van de contacten met het lijnmanagement binnen het ministerie over (de uitvoering van) de dienstverlening van de directie GOB;
d. het verzorgen van het voorbereiden, vastleggen, uitvoeren, bewaken en evalueren van de dienstverleningsafspraken tussen de directie GOB en de klant-opdrachtgever;
e. het stimuleren van een goede samenwerking tussen medewerkers;
f. het voeren van manager-medewerkergesprekken;
g. het behartigen van de in- en externe belangen van de directie en het ontwikkelen en onderhouden van een relevant netwerk binnen en buiten het ministerie;
h. het uitwisselen van ervaringen en best practices met vergelijkbare dienstonderdelen van andere ministeries en organisaties.
a. het mede sturing geven aan de ontwikkeling van de organisatie en het dienstenpakket van de directie GOB als dienstverlenende directie binnen het ministerie;
b. het zorgdragen voor het mede ontwikkelen en implementeren van het inhoudelijk beleid, de dienstverlening en de uitvoering hiervan op het gebied van het team dat onder hen ressorteert;
c. het onderhouden van de contacten met het lijnmanagement binnen het ministerie over (de uitvoering van) de dienstverlening van de directie GOB;
d. het verzorgen van het voorbereiden, vastleggen, uitvoeren, bewaken en evalueren van de dienstverleningsafspraken tussen de directie GOB en de klant-opdrachtgever;
e. het stimuleren van een goede samenwerking tussen medewerkers;
f. het voeren van manager-medewerkergesprekken;
g. het behartigen van de in- en externe belangen van de directie en het ontwikkelen en onderhouden van een relevant netwerk binnen en buiten het ministerie;
h. het uitwisselen van ervaringen en best practices met vergelijkbare dienstonderdelen van andere ministeries en organisaties.