BWBR0021464
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 6
Regeling werktijd en overwerkvergoeding personenchauffeurs AZ
1. De geldelijke vergoeding voor overwerk als bedoeld in het tweede lid van artikel 5, wordt de personenchauffeur maandelijks uitbetaald en wordt berekend op basis van het conform dit besluit in de voorafgaande twaalf maanden gemiddeld per maand door hem verrichte aantal uren overwerk, met een maximum van 45 uren per maand.
2. Het overwerk als bedoeld in het derde lid van artikel 5 wordt vergoed op basis van een maandelijks door de personenchauffeur in te dienen declaratie.
3. Indien het vaststellen van het gemiddelde als bedoeld in het eerste lid op basis van een periode van korter dan twaalf maanden dient te geschieden, wordt de vergoeding voor overwerk uitbetaald op basis van het in de voorgaande maanden gemiddeld per maand verrichte aantal overuren.
4. Indien het vaststellen van het gemiddelde als bedoeld in het eerste lid op basis van een periode korter dan drie maanden dient te geschieden, wordt de vergoeding voor overwerk uitbetaald op basis van het feitelijk verrichte aantal overuren.
5. Het gemiddeld per maand verrichte aantal overuren als bedoeld in het eerste en in het derde lid, wordt éénmaal per kalenderkwartaal bepaald, voor het eerst op 1 januari 1991.
6. Als peildatum voor vaststelling volgens welk lid de vergoeding voor overwerk plaatsvindt, geldt de eerste dag van elk kalenderkwartaal.
2. Het overwerk als bedoeld in het derde lid van artikel 5 wordt vergoed op basis van een maandelijks door de personenchauffeur in te dienen declaratie.
3. Indien het vaststellen van het gemiddelde als bedoeld in het eerste lid op basis van een periode van korter dan twaalf maanden dient te geschieden, wordt de vergoeding voor overwerk uitbetaald op basis van het in de voorgaande maanden gemiddeld per maand verrichte aantal overuren.
4. Indien het vaststellen van het gemiddelde als bedoeld in het eerste lid op basis van een periode korter dan drie maanden dient te geschieden, wordt de vergoeding voor overwerk uitbetaald op basis van het feitelijk verrichte aantal overuren.
5. Het gemiddeld per maand verrichte aantal overuren als bedoeld in het eerste en in het derde lid, wordt éénmaal per kalenderkwartaal bepaald, voor het eerst op 1 januari 1991.
6. Als peildatum voor vaststelling volgens welk lid de vergoeding voor overwerk plaatsvindt, geldt de eerste dag van elk kalenderkwartaal.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021464
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl