BWBR0021464
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 2
Regeling werktijd en overwerkvergoeding personenchauffeurs AZ
1. De arbeidsduur, bedoeld in artikel 21, tweede lid, eerste volzin, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, wordt, voor de ambtenaar die de functie van personenchauffeur uitoefent, verlengd met 30 uren per maand.
2. De dagelijkse werktijden worden, voor zover de in het eerste lid bedoelde ambtenaar niet wordt ingedeeld in een (semi)continu-rooster, zodanig vastgesteld dat de normale begin- en eindtijden liggen tussen 07.00 uur en 19.00 uur.
3. De arbeidsduur per dag bedraagt evenzoveel uren als er liggen tussen het aanvangstijdstip van de dienstuitoefening en het einde daarvan, verminderd met driekwart uur voor de lunch.
4. Indien de dagelijkse werktijd aanvangt op het moment dat de personenchauffeur zijn woning verlaat wordt, voor het vaststellen van de arbeidsduur per dag, naast de vermindering als bedoeld in het derde lid, op de werktijd een half uur in mindering gebracht. Hetzelfde geldt indien de dagelijkse werktijd eindigt op het moment waarop betrokkene naar zijn woning is teruggekeerd.
2. De dagelijkse werktijden worden, voor zover de in het eerste lid bedoelde ambtenaar niet wordt ingedeeld in een (semi)continu-rooster, zodanig vastgesteld dat de normale begin- en eindtijden liggen tussen 07.00 uur en 19.00 uur.
3. De arbeidsduur per dag bedraagt evenzoveel uren als er liggen tussen het aanvangstijdstip van de dienstuitoefening en het einde daarvan, verminderd met driekwart uur voor de lunch.
4. Indien de dagelijkse werktijd aanvangt op het moment dat de personenchauffeur zijn woning verlaat wordt, voor het vaststellen van de arbeidsduur per dag, naast de vermindering als bedoeld in het derde lid, op de werktijd een half uur in mindering gebracht. Hetzelfde geldt indien de dagelijkse werktijd eindigt op het moment waarop betrokkene naar zijn woning is teruggekeerd.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021464
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl