BWBR0021461
Geldig vanaf 01-02-1990
Artikel 2
Besluit nadere werktijdregeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs (2)
1. Overwerk wordt beperkt tot 45 uren per maand (boven de tot 195 uren verlengde werktijd).
2. Zonodig wordt het aantal extra uren van 75 (30 + 45) bezien op jaarbasis. Boven de normale werktijd van 165 uren per maand komen per jaar dus maximaal 12 * 75 uren voor vergoeding in aanmerking.
3. De overuren worden tot een maximum van gemiddeld 45 uren per maand, ter beoordeling van het bevoegd gezag,
a. òf vergoed tegen 150% van het uursalaris,
b. òf gecompenseerd in tijd met een vergoeding van 50% van het uursalaris.
4. In de situatie als bedoeld onder 2.3.b. tellen de in tijd gecompenseerde uren niet mee voor het maximum-aantal te vergoeden overuren.
5. De onder 2.3. genoemde vergoeding is geen ambtelijk inkomen, telt niet mee voor het pensioen en wordt niet doorbetaald bij vakantie en ziekte.
2. Zonodig wordt het aantal extra uren van 75 (30 + 45) bezien op jaarbasis. Boven de normale werktijd van 165 uren per maand komen per jaar dus maximaal 12 * 75 uren voor vergoeding in aanmerking.
3. De overuren worden tot een maximum van gemiddeld 45 uren per maand, ter beoordeling van het bevoegd gezag,
a. òf vergoed tegen 150% van het uursalaris,
b. òf gecompenseerd in tijd met een vergoeding van 50% van het uursalaris.
4. In de situatie als bedoeld onder 2.3.b. tellen de in tijd gecompenseerde uren niet mee voor het maximum-aantal te vergoeden overuren.
5. De onder 2.3. genoemde vergoeding is geen ambtelijk inkomen, telt niet mee voor het pensioen en wordt niet doorbetaald bij vakantie en ziekte.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021461
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl