Artikel 1
1. De maandelijkse werktijd wordt met 30 uren verlengd tot 195 uren. Daarvoor wordt een vaste maandelijkse toelage toegekend van 30/165 van het salaris.
2. Deze toelage behoort tot het ambtelijk inkomen, telt derhalve mee voor het pensioen en wordt doorbetaald bij vakantie en ziekte.
3. Individuele werktijd wordt vastgesteld aan de hand van het geldende dienstrooster.
2. Deze toelage behoort tot het ambtelijk inkomen, telt derhalve mee voor het pensioen en wordt doorbetaald bij vakantie en ziekte.
3. Individuele werktijd wordt vastgesteld aan de hand van het geldende dienstrooster.