BWBR0021362
Geldig vanaf 2007-02-28
Artikel 3
Regeling Baten-lastendiensten 2007
1. De Minister van Financiën voert een aanvangsdoorlichting uit bij de kandidaat baten-lastendienst en haar omgeving die resulteert in conclusies over de mate waarin de kandidaat baten-lastendienst al voldoet aan de kernvoorwaarden en over eventuele aanvullende voorwaarden.
2. De instellingsvoorwaarden zoals bedoeld in artikel 2worden opgenomen in het startdocument dat de secretaris generaal van het vakMinisterie, de directeur van de kandidaat baten-lastendienst en de Minister van Financiën ondertekenen.
3. De Minister van Financiën toetst het voornemen van een vakMinisterie tot de instelling van een baten-lastendienst aan de hand van de instellingsvoorwaarden die zijn beschreven in het startdocument.
4. De vakMinister kan mede namens de Minister van Financiën het voorstel om de status van baten-lastendienst toe te kennen, indienen ter besluitvorming bij de Ministerraad indien de in het vorig lid bedoelde toets positief is en de departementale auditdienst van het vakMinisterie geen relevante onvolkomenheden heeft geconstateerd in het gevoerde financieel beheer over het voorafgaande jaar bij de kandidaat baten-lastendienst en de bestaande baten-lastendiensten waarvoor vakMinister verantwoordelijk is.
5. Indien de Ministerraad instemt met het in het vorige lid bedoelde voornemen, brengt de vakMinister het voornemen ter kennis aan de Tweede Kamer. Het moment van in kennisstelling wordt zodanig gekozen dat de Tweede Kamer bij haar afwegingen voldoende gelegenheid krijgt om kennis te nemen van de bevindingen van het betreffende departementale rapport van de Algemene Rekenkamer, zoals bedoeld in artikel 84 van de Comptabiliteitswet.
6. Indien de Tweede Kamer zich niet uitspreekt tegen de instelling van de baten-lastendienst overeenkomstig de procedure vastgelegd in het eerste lid van artikel 10 van de Comptabiliteitswet, kunnen de vakMinister en de Minister van Financiën overgaan tot instelling per 1 januari van het instellingsjaar door het instellingsbesluit te ondertekenen.
7. Na ondertekening van het instellingsbesluit wordt dit besluit bekend gemaakt in de Staatscourant.
2. De instellingsvoorwaarden zoals bedoeld in artikel 2worden opgenomen in het startdocument dat de secretaris generaal van het vakMinisterie, de directeur van de kandidaat baten-lastendienst en de Minister van Financiën ondertekenen.
3. De Minister van Financiën toetst het voornemen van een vakMinisterie tot de instelling van een baten-lastendienst aan de hand van de instellingsvoorwaarden die zijn beschreven in het startdocument.
4. De vakMinister kan mede namens de Minister van Financiën het voorstel om de status van baten-lastendienst toe te kennen, indienen ter besluitvorming bij de Ministerraad indien de in het vorig lid bedoelde toets positief is en de departementale auditdienst van het vakMinisterie geen relevante onvolkomenheden heeft geconstateerd in het gevoerde financieel beheer over het voorafgaande jaar bij de kandidaat baten-lastendienst en de bestaande baten-lastendiensten waarvoor vakMinister verantwoordelijk is.
5. Indien de Ministerraad instemt met het in het vorige lid bedoelde voornemen, brengt de vakMinister het voornemen ter kennis aan de Tweede Kamer. Het moment van in kennisstelling wordt zodanig gekozen dat de Tweede Kamer bij haar afwegingen voldoende gelegenheid krijgt om kennis te nemen van de bevindingen van het betreffende departementale rapport van de Algemene Rekenkamer, zoals bedoeld in artikel 84 van de Comptabiliteitswet.
6. Indien de Tweede Kamer zich niet uitspreekt tegen de instelling van de baten-lastendienst overeenkomstig de procedure vastgelegd in het eerste lid van artikel 10 van de Comptabiliteitswet, kunnen de vakMinister en de Minister van Financiën overgaan tot instelling per 1 januari van het instellingsjaar door het instellingsbesluit te ondertekenen.
7. Na ondertekening van het instellingsbesluit wordt dit besluit bekend gemaakt in de Staatscourant.