BWBR0021362
Geldig vanaf 2007-02-28
Artikel 17
Regeling Baten-lastendiensten 2007
Voor de verslaggeving van baten-lastendiensten gelden de volgende nadere bepalingen:
1. Onder het begrip ‘derden’ in de zin van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dient ook te worden verstaan iedere organisatie of ieder organisatieonderdeel van de rijksoverheid anders dan de baten-lastendienst waarop de verslaggeving betrekking heeft.
2. Bij materiële en immateriële vaste activa gelden de volgende bepalingen: a. De waardering geschiedt tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.
b. Afschrijving dient te geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de economische levensduur van de vaste activa.
c. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:
a. De waardering geschiedt tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.
b. Afschrijving dient te geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de economische levensduur van de vaste activa.
c. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:
3. Een baten-lastendienst zal geen financiële vaste activa bezitten.
4. Bij eigen vermogen gelden de volgende bepalingen: a. In de balans van een baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen: – een exploitatiereserve;
– een verplichte reserve als gevolg van activering van immateriële vaste activa;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
– een exploitatiereserve;
– een verplichte reserve als gevolg van activering van immateriële vaste activa;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
b. De exploitatiereserve van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet ultimo jaar, berekend over de laatste drie jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze kortere periode.
c. Het totaal van de exploitatiereserve en de verplichte reserve van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet minder bedragen dan nul.
d. Het onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatiereserve van een baten-lastendienst. Indien dit leidt tot overschrijding van de in lid 4b gestelde maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde minimumomvang, dan wordt dit overeenkomstig het tweede lid van artikel 19 hersteld.
a. In de balans van een baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen: – een exploitatiereserve;
– een verplichte reserve als gevolg van activering van immateriële vaste activa;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
– een exploitatiereserve;
– een verplichte reserve als gevolg van activering van immateriële vaste activa;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
b. De exploitatiereserve van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet ultimo jaar, berekend over de laatste drie jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze kortere periode.
c. Het totaal van de exploitatiereserve en de verplichte reserve van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet minder bedragen dan nul.
d. Het onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatiereserve van een baten-lastendienst. Indien dit leidt tot overschrijding van de in lid 4b gestelde maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde minimumomvang, dan wordt dit overeenkomstig het tweede lid van artikel 19 hersteld.
5. Langlopend vreemd vermogen kan uitsluitend bestaan uit leningen van het Ministerie van Financiën, zoals bedoeld in artikel 9.
6. Het rekening-courantkrediet bij de ’s Rijks schatkist is voor een baten-lastendienst per ultimo jaar gemaximeerd op € 0,5 miljoen.
7. Voorzieningen worden in beginsel opgenomen overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De keuze om de genoemde voorzieningen niet op te nemen, wordt toegelicht in de jaarrekening. Dotatie, onttrekking en vrijval van voorzieningen worden vermeld en afzonderlijk toegelicht in de jaarrekening.
1. Onder het begrip ‘derden’ in de zin van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dient ook te worden verstaan iedere organisatie of ieder organisatieonderdeel van de rijksoverheid anders dan de baten-lastendienst waarop de verslaggeving betrekking heeft.
2. Bij materiële en immateriële vaste activa gelden de volgende bepalingen: a. De waardering geschiedt tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.
b. Afschrijving dient te geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de economische levensduur van de vaste activa.
c. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:
a. De waardering geschiedt tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.
b. Afschrijving dient te geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de economische levensduur van de vaste activa.
c. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:
3. Een baten-lastendienst zal geen financiële vaste activa bezitten.
4. Bij eigen vermogen gelden de volgende bepalingen: a. In de balans van een baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen: – een exploitatiereserve;
– een verplichte reserve als gevolg van activering van immateriële vaste activa;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
– een exploitatiereserve;
– een verplichte reserve als gevolg van activering van immateriële vaste activa;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
b. De exploitatiereserve van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet ultimo jaar, berekend over de laatste drie jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze kortere periode.
c. Het totaal van de exploitatiereserve en de verplichte reserve van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet minder bedragen dan nul.
d. Het onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatiereserve van een baten-lastendienst. Indien dit leidt tot overschrijding van de in lid 4b gestelde maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde minimumomvang, dan wordt dit overeenkomstig het tweede lid van artikel 19 hersteld.
a. In de balans van een baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen: – een exploitatiereserve;
– een verplichte reserve als gevolg van activering van immateriële vaste activa;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
– een exploitatiereserve;
– een verplichte reserve als gevolg van activering van immateriële vaste activa;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
b. De exploitatiereserve van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet ultimo jaar, berekend over de laatste drie jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze kortere periode.
c. Het totaal van de exploitatiereserve en de verplichte reserve van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet minder bedragen dan nul.
d. Het onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatiereserve van een baten-lastendienst. Indien dit leidt tot overschrijding van de in lid 4b gestelde maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde minimumomvang, dan wordt dit overeenkomstig het tweede lid van artikel 19 hersteld.
5. Langlopend vreemd vermogen kan uitsluitend bestaan uit leningen van het Ministerie van Financiën, zoals bedoeld in artikel 9.
6. Het rekening-courantkrediet bij de ’s Rijks schatkist is voor een baten-lastendienst per ultimo jaar gemaximeerd op € 0,5 miljoen.
7. Voorzieningen worden in beginsel opgenomen overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De keuze om de genoemde voorzieningen niet op te nemen, wordt toegelicht in de jaarrekening. Dotatie, onttrekking en vrijval van voorzieningen worden vermeld en afzonderlijk toegelicht in de jaarrekening.