Voor de DBC-productgroepen gelden prestatiebeschrijvingen met landelijke tarieven (A-segment) voorzien van een declaratiecode zoals vastgelegd in de Beleidsregel Productstructuur DBC GGZ. De zorgaanbieder declareert het DBC-productgroeptarief. Voor een algemene toelichting op de DBC-registratie wordt verwezen naar de
Regeling instructie DBC-registratie GGZ. Alleen DBC´s die volgens deze regeling zijn getypeerd en zijn gevalideerd conform de
Regeling DBC GGZ validatie kunnen worden gedeclareerd.
Declaratie van een DBC Productgroeptarief vindt plaats wanneer de DBC is afgesloten en gevalideerd. In de
Regeling instructie DBC-registratie GGZ worden de voorwaarden genoemd om een DBC af te sluiten.
Het DBC-productgroeptarief kan in rekening worden gebracht voor alle DBC’s die zijn afgesloten vanaf 1 januari 2008 en zijn gevalideerd door de zorgaanbieder door middel van de validatiemodule.
Er is sprake van een overloop DBC als een DBC is geopend in 2007 en wordt afgesloten in 2008. In dat geval gaat de declaratie van het DBC-productgroeptarief vergezeld van een creditfactuur voor de zorg die in de periode vanaf de opening van de DBC in 2007 tot en met 31 december 2007 is geleverd en betaald op grond van AWBZ aanspraken.
Uitgangspunt voor declaratie is het DBC-productgroeptarief dat geldt op het moment van openen van de DBC. In afwijking hierop geldt voor DBC’s die zijn geopend in 2007 en worden afgesloten in 2008 het DBC-productgroeptarief per 1 januari 2008.
Ten behoeve van de creditfacturen bij overloop DBC’s stellen zorgaanbieders na afloop van 2007 een overzicht op. In dit overzicht wordt op persoonsniveau voor cliënten, die op 31 december 2007 in behandeling zijn, aangegeven welke zorgprestaties volgens de
Regeling bepalingen GGZ prestaties 2007 gedurende het DBC traject in 2007 zijn geleverd. Op basis van de daarbij behorende tarieven volgens voornoemde regeling wordt per cliënt een totaalbedrag berekend. Dit totaalbedrag per cliënt wordt nadat de DBC is afgesloten en gevalideerd verwerkt als creditfactuur, zoals genoemd onder 4.2.2. Deze eenmalige berekening per 31 december 2007 wordt door de accountant voorzien van een juistheidverklaring.
Het DBC-productgroeptarief wordt gedeclareerd bij de cliënt of bij de ziektekostenverzekeraar. Wanneer de cliënt gedurende het DBC-traject is veranderd van ziektekostenverzekeraar, dient het DBC-productgroeptarief te worden gedeclareerd bij de ziektekostenverzekeraar bij wie de patiënt verzekerd was op de startdatum van de DBC.
In afwijking hiervan worden bij overloop-DBC’s de DBC-productgroeptarieven gedeclareerd bij de ziektekostenverzekeraar bij wie de cliënt verzekerd was op 1 januari 2008. Deze ziektekostenverzekeraar ontvangt eveneens de bijbehorende creditfactuur.
Binnen de GGZ kunnen meerdere DBC’s voor dezelfde cliënt voorkomen (maximaal 3). Voor de wijze waarop dient te worden omgegaan met parallelle DBC’s, wordt verwezen naar de
Regeling instructie DBC-registratie GGZ.