BWBR0020858
Geldig vanaf 2007-07-09
Artikel 3
Wet op het Waddenfonds
1. De looptijd van het fonds bedraagt twintig jaar.
2. De ontvangsten van het fonds worden toegevoegd vanuit de begroting van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tot een bedrag van € 677,6 miljoen.
3. Het saldo van de begroting en de verantwoording van het fonds in enig jaar is niet nadelig. Het gerealiseerde batig saldo van de begroting van het fonds in enig jaar wordt als ontvangst toegevoegd aan de begroting van het fonds in het daaropvolgende jaar.
4. Jaarlijks wordt in de memorie van toelichting bij het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het fonds een overzicht opgenomen dat inzicht geeft in de mate waarin het bedrag, genoemd in het tweede lid, aan het fonds is toegevoegd.
2. De ontvangsten van het fonds worden toegevoegd vanuit de begroting van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tot een bedrag van € 677,6 miljoen.
3. Het saldo van de begroting en de verantwoording van het fonds in enig jaar is niet nadelig. Het gerealiseerde batig saldo van de begroting van het fonds in enig jaar wordt als ontvangst toegevoegd aan de begroting van het fonds in het daaropvolgende jaar.
4. Jaarlijks wordt in de memorie van toelichting bij het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het fonds een overzicht opgenomen dat inzicht geeft in de mate waarin het bedrag, genoemd in het tweede lid, aan het fonds is toegevoegd.