BWBR0020828
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 64
Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
1. Indien een overdragend pensioenfonds een pensioenuitvoerder is als bedoeld in artikel 63van deze wet, geldt in afwijking van <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 72, onderdeel a, van de Pensioenwet</a>geen plicht tot waardeoverdracht indien de financiele toestand van het pensioenfonds dat naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. niet toelaat.
2. De plicht tot waardeoverdracht van het overdragende pensioenfonds herleeft overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/74" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 74 van de Pensioenwet</a>wanneer de financiele toestand van het pensioenfonds dat naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. op een later tijdstip wel toelaat.
3. Indien een overdragend beroepspensioenfonds een pensioenuitvoerder is als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/214" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 214, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, zoals dat komt te luiden na de datum van inwerkingtreding van deze wet, geldt in afwijking van <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/83" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 83, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, zoals dat komt te luiden na de datum van inwerkingtreding van deze wet, geen plicht tot waardeoverdracht indien de financiele toestand van het beroepspensioenfonds dat naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. niet toelaat.
4. De plicht tot waardeoverdracht van het overdragende beroepspensioenfonds herleeft overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/85" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 85 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, zoals dat komt te luiden na de datum van inwerkingtreding van deze wet, wanneer de financiele toestand van het beroepspensioenfonds dat naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. op een later tijdstip wel toelaat.
2. De plicht tot waardeoverdracht van het overdragende pensioenfonds herleeft overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/74" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 74 van de Pensioenwet</a>wanneer de financiele toestand van het pensioenfonds dat naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. op een later tijdstip wel toelaat.
3. Indien een overdragend beroepspensioenfonds een pensioenuitvoerder is als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/214" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 214, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, zoals dat komt te luiden na de datum van inwerkingtreding van deze wet, geldt in afwijking van <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/83" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 83, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, zoals dat komt te luiden na de datum van inwerkingtreding van deze wet, geen plicht tot waardeoverdracht indien de financiele toestand van het beroepspensioenfonds dat naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. niet toelaat.
4. De plicht tot waardeoverdracht van het overdragende beroepspensioenfonds herleeft overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/85" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 85 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, zoals dat komt te luiden na de datum van inwerkingtreding van deze wet, wanneer de financiele toestand van het beroepspensioenfonds dat naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. op een later tijdstip wel toelaat.