BWBR0020734
Geldig vanaf 2006-12-21
Artikel 2.4
Vrijstellingsregeling visserij
1. Van het bepaalde in artikel 4 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwaterenwordt vrijstelling verleend voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van:
a. mosselen en zeesterren door de visrechthebbende op de mosselpercelen gelegen in de kustwateren;
b. mosselen en zeesterren door de visrechthebbende dan wel degene die daartoe toestemming heeft gekregen van de visrechthebbende op verwaterpercelen;
c. oesters door de visrechthebbende op de oesterpercelen in de Oosterschelde.
2. Van het bepaalde in artikel 9 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwaterenwordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het uitzaaien van mosselen, afkomstig uit de Waddenzee, in de Oosterschelde aan:
a. de visrechthebbende op de mosselpercelen gelegen in de kustwateren;
b. de visrechthebbende dan wel degene die daartoe toestemming heeft gekregen van de visrechthebbende op verwaterpercelen gelegen in de Oosterschelde.
a. mosselen en zeesterren door de visrechthebbende op de mosselpercelen gelegen in de kustwateren;
b. mosselen en zeesterren door de visrechthebbende dan wel degene die daartoe toestemming heeft gekregen van de visrechthebbende op verwaterpercelen;
c. oesters door de visrechthebbende op de oesterpercelen in de Oosterschelde.
2. Van het bepaalde in artikel 9 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwaterenwordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het uitzaaien van mosselen, afkomstig uit de Waddenzee, in de Oosterschelde aan:
a. de visrechthebbende op de mosselpercelen gelegen in de kustwateren;
b. de visrechthebbende dan wel degene die daartoe toestemming heeft gekregen van de visrechthebbende op verwaterpercelen gelegen in de Oosterschelde.