BWBR0020734
Geldig vanaf 2006-12-21
Artikel 2.2
Vrijstellingsregeling visserij
1. Aan de vrijstellingen, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.1, tweede en derde lid, worden de volgende voorschriften verbonden:
a. vissoorten als genoemd in de bijlagen 2, 3 en 4 bij de Regeling vangstbeperking, met uitzondering van schar en bot gevangen in de bij die vissoorten genoemde wateren, dienen onmiddellijk na het ophalen ervan in hetzelfde water te worden teruggezet;
b. indien de visserij op garnalen wordt uitgeoefend, dient de vangst direct na aan boord te zijn gehaald, te worden gesorteerd met behulp van een handzeef;
c. het is verplicht een handzeef aan boord te hebben van het vaartuig waarmee de garnalenvisserij wordt uitgeoefend.
2. Aan de vrijstelling, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, worden de volgende voorschriften verbonden:
a. Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van de Europese Unie van 30 maart 1998 voor de instandhouding van visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PbEG L125) wordt met uitzondering van artikel 29 bij de uitoefening van de visserij in acht genomen;
b. aanlandingen in Nederlandse havens vinden slechts overeenkomstig de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988 plaats;
c. bij aanlanding in een Nederlandse haven is de ondernemer verplicht onverwijld maar uiterlijk binnen een half uur na aanlanding per vissoort opgave van de vangsthoeveelheden te doen.
3. De opgave, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, vindt plaats door middel van het indienen van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, bedoeld in bijlage I van verordening (EEG) nr. 2807/83van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de Lid-Staten (PbEG L 276), waarop per vissoort de vangsthoeveelheden in het gedeelte van het formulier dat betrekking heeft op de aangifte van aanvoer, zijn ingevuld.
4. Het indienen van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, bedoeld in het derde lid, vindt plaats door overhandiging aan een functionaris of aan een ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of deponering van het formulier in een opgavebus als bedoeld in de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij.
a. vissoorten als genoemd in de bijlagen 2, 3 en 4 bij de Regeling vangstbeperking, met uitzondering van schar en bot gevangen in de bij die vissoorten genoemde wateren, dienen onmiddellijk na het ophalen ervan in hetzelfde water te worden teruggezet;
b. indien de visserij op garnalen wordt uitgeoefend, dient de vangst direct na aan boord te zijn gehaald, te worden gesorteerd met behulp van een handzeef;
c. het is verplicht een handzeef aan boord te hebben van het vaartuig waarmee de garnalenvisserij wordt uitgeoefend.
2. Aan de vrijstelling, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, worden de volgende voorschriften verbonden:
a. Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van de Europese Unie van 30 maart 1998 voor de instandhouding van visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PbEG L125) wordt met uitzondering van artikel 29 bij de uitoefening van de visserij in acht genomen;
b. aanlandingen in Nederlandse havens vinden slechts overeenkomstig de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988 plaats;
c. bij aanlanding in een Nederlandse haven is de ondernemer verplicht onverwijld maar uiterlijk binnen een half uur na aanlanding per vissoort opgave van de vangsthoeveelheden te doen.
3. De opgave, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, vindt plaats door middel van het indienen van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, bedoeld in bijlage I van verordening (EEG) nr. 2807/83van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de Lid-Staten (PbEG L 276), waarop per vissoort de vangsthoeveelheden in het gedeelte van het formulier dat betrekking heeft op de aangifte van aanvoer, zijn ingevuld.
4. Het indienen van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, bedoeld in het derde lid, vindt plaats door overhandiging aan een functionaris of aan een ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of deponering van het formulier in een opgavebus als bedoeld in de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij.