BWBR0020704
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 13
Tijdelijke subsidieregeling Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen
1. De subsidie-ontvanger dient binnen vier maanden na afloop van de gesubsidieerde activiteiten dan wel na afloop van het tijdvak waarover subsidie is verleend, doch niet later dan 1 maart 2008, een verantwoording in bij de Minister. Bij deze verantwoording wordt een declaratie ingediend.
2. De Minister stelt de subsidie uiterlijk 1 maart 2008 vast indien de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, is ingediend voor of op 5 januari 2008.
3. Indien de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, is ingediend na 5 januari 2008 stelt de Minister de subsidie uiterlijk acht weken na ontvangst van de verantwoording vast.
2. De Minister stelt de subsidie uiterlijk 1 maart 2008 vast indien de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, is ingediend voor of op 5 januari 2008.
3. Indien de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, is ingediend na 5 januari 2008 stelt de Minister de subsidie uiterlijk acht weken na ontvangst van de verantwoording vast.