BWBR0020704
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen
Op de subsidieaanvraag wordt in ieder geval afwijzend beslist, indien:
a. niet wordt voldaan aan artikel 2, 4, 5 of 6;
b. de kosten van het project naar het oordeel van de Minister niet in een redelijke verhouding staan tot de beoogde effecten;
c. het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 20.000,– of meer dan € 50.000,–;
d. onverminderd artikel 6, eerste lid, onderdeel d, en artikel 6, tweede lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies, voor de kosten, bedoeld in artikel 7, op grond van enige andere regeling van de Minister subsidie wordt verleend of aanspraak bestaat op subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 die geheel of gedeeltelijk in diezelfde periode worden verricht als het project waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verleend.
a. niet wordt voldaan aan artikel 2, 4, 5 of 6;
b. de kosten van het project naar het oordeel van de Minister niet in een redelijke verhouding staan tot de beoogde effecten;
c. het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 20.000,– of meer dan € 50.000,–;
d. onverminderd artikel 6, eerste lid, onderdeel d, en artikel 6, tweede lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies, voor de kosten, bedoeld in artikel 7, op grond van enige andere regeling van de Minister subsidie wordt verleend of aanspraak bestaat op subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 die geheel of gedeeltelijk in diezelfde periode worden verricht als het project waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verleend.